Wilde planten in Nederland en België

Weideklokje - Campanula patula

Frysk: Greideklokje

English: Spreading Bellflower

Français: Campanule étalée

Deutsch: Wiesen-Glockenblume

Synoniemen:

Familie: Campanulaceae (Klokjesfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Campanula betekent klokje, naar de vorm van de bloem. Patula betekent uitgespreid of wijd open.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig of meerjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei, juni en juli.

Afmeting: 30-60 cm.


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


© El Grafo -
CC BY-SA 3.0


Prazak -
CC BY-SA 3.0


Paul Fabre - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: De wortels zijn dun.


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De opstijgende of rechtopstaande stengels zijn eveneens dun.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Tauno Erik -
GFDL


Fabrice Verrier -
CC BY 2.0


Niepokój Zbigniew -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De wortelbladen zijn langwerpig tot spatelvormig. Ze zijn kort gesteeld. De stengelbladen zijn langwerpig en de bladrand is vlak.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Jean-Jacques Houdré - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Augustin Roche - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Giuseppe Valsecchi -
CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloempluim is los en heeft vrij lange, schuin afstaande zijassen, die naar boven toe breder worden. De bloemen zijn paars tot bleekblauw of zelden wit. Ze zijn 1½-2½ cm. De bloemkroon is tot op de helft van de lengte ingesneden. Ze hebben vijf kroonslippen. De kelkslippen zijn smal langwerpig met enkele tanden. De bloemsteeltjes hebben ongeveer in het midden twee steelblaadjes.


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten: Een doosvrucht. De vruchten staan rechtop en hebben tien uitspringende nerven. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


TipFox -
CC BY-SA 4.0


Roberta Alberti -
CC BY-NC-ND 4.0


http://herbario.ipe.csic.es


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, soms licht beschaduwde plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselrijke, vaak licht bemeste grond (zand, zavel en klei).

Groeiplaatsen: Grasland (uiterwaarden, hooiland en vloeiweiden), bermen, bosranden, struwelen, heggen en enigszins ruderale plaatsen.

Verspreiding

Wereld: West-Azië (de Kaukasus) en Oost- en Midden-Europa, met (tegenwoordig) voorposten in België, Nederland en Engeland. Plaatselijk ook in Zuid-Europa.

Nederland: Zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Weideklokje werd omstreeks 1850 met graszaad ingevoerd vanuit de Italiaanse Alpen in de vloeiweiden bij Lommel. Sterk afgenomen.
Wallonië:
Zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL