Wilde planten in Nederland en België

Wijdbloeiende rus - Juncus tenageia

Frysk:

English:

Français: Jonc des marécages

Deutsch: Sand-Binse

Synoniemen: IJle rus

Familie: Juncaceae (Russenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Juncus komt van het Latijnse jungere (verbinden), omdat soorten van dit geslacht werden gebruikt als bind- en vlechtmateriaal. Tenageia komt van het Griekse tenagos (poel of moeras).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m augustus.

Afmeting: 5-30 cm.


© Jelle Hofstra - verspreidingsatlas.nl


© Jelle Hofstra - verspreidingsatlas.nl


© Jelle Hofstra - verspreidingsatlas.nl


Jean-Luc Gorremans - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: Losse tot dichte polletjes vormend. De stengels zijn opgericht of soms opstijgend.


Jacques Maréchal - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Jacques Maréchal - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Stephen Leroy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Brunello Pierini -
CC BY-NC-ND 4.0

Bladeren: Meestal is er maar één blad omstreeks het midden van de stengel. De andere bladen zijn grondstandig. De schede is vaak bruinig. De bladschijf is grasachtig en hoogstens 1 mm breed. De scheden van de onderste bladren eindigen in twee afgeronde oortjes.


Jacques Maréchal - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Jacques Maréchal - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Stephen Leroy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Brunello Pierini -
CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze is ijl met tamelijk veel bloemen. De kleine bloemen staan afzonderlijk en vrij ver uit elkaar. De bloemdekbladen zijn allemaal ongeveer even lang. Ze zijn langwerpig-eirond en bruin met een groene middenstreep en een bruinvliezige rand. De buitenste drie zijn spits en de binnenste stomp. Elke bloem heeft aan de voet twee vliezige steelblaadjes.


Jacques Maréchal - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Brunello Pierini -
CC BY-NC-ND 4.0


flora-on.pt -
CC BY-NC 4.0


flora-on.pt -
CC BY-NC 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. De bruine vruchten zijn bolrond tot eivormig en ongeveer even lang of iets langer dan de buitenste bloemdekbladen. Eenzaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Jacques Maréchal - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


flora-on.pt -
CC BY-NC 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen (pionier) op vochtig tot nat, matig voedselarm, zwak zuur, humushoudend tot venig zand, lemig zand en leem.

Groeiplaatsen: Heide (met name op afgeplagde plekken op de overgang van heide naar blauwgrasland), wegkanten (langs paden), waterkanten (greppels, droogvallende oevers en bodems van vennen, poelen en visvijvers), afgravingen (periodiek overstroomde zand- en leemgroeven) en ijsbaantjes.

Verspreiding

Wereld: Noordwest-Afrika, de Kaukasus en in Zuid-, Midden- en West-Europa. Noordelijk tot in Duitsland en Nederland.

Nederland: Zeldzaam. Het meest in het oosten (o.a. in Twente). Sterk afgenomen.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam.
Wallonië:
Zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL