Wilde planten in Nederland en België

Wilde kardinaalsmuts - Euonymus europaeus

Frysk: Papemûtse

English: Spindle

Français: Fusain d'Europe

Deutsch: Europäisches Pfaffenhütchen

Synoniemen:

Familie: Celastraceae (Kardinaalsmutsfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De Nederlandse naam heeft te maken met de vrucht die op het hoofddeksel van een kardinaal lijkt. Euonymus is afgeleid van het Griekse eu (goed) en onoma (naam). De struik is zo genoemd door Theophrastus die het een goede naam noemde naar moeder Euony­me, de moeder van de Furiën, die men gunstig wilde stemmen en aldus niet wilde wijzen op zijn giftige karakter. Europaeus betekent uit Europa.

Een andere soort: Brede kardinaalsmuts (Euonymus latifolius) komt met name in België op een paar plaatsen verwilderd voor. Deze struik uit Zuidwest-Azië, Noord-Afrika en Zuid-Europa onderscheidt zich door 7-12 cm lange bladeren aan de bloei- en vruchttakken. De bloemen zijn meestal vijftallig en de gevleugelde vruchten hebben vijf hokken.


Kim Lotterman
- CC BY-NC-SA 3.0 NL


Kim Lotterman
- CC BY-NC-SA 3.0 NL


HermannSchachner -
CC0


HermannSchachner -
CC0

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.

Afmeting: 1½-6 meter.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Met uitlopers.

Stam: De gladde bast is grijsgroen. Bij oudere struiken is de schors meer geribbeld.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Takken: De jonge takken zijn donkergroen. Ze zijn vaak vierkantig door de vorming van kurklijsten. De zijtakken staan bijna recht af en ze staan ook kruisgewijs tegenover elkaar. De bladknoppen zijn kort eivormig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De tegenoverstaande bladeren zijn langwerpig of elliptisch  en 3-10 cm lang. Ze zijn ondiep gekarteld-gezaagd. Ze hebben een spitse top, een wigvormige voet en een korte steel. De steunblaadjes zijn klein en vallen spoedig af.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De twee tot zes bloemen groeien in vertakte bijschermen in de bladoksels. Ze hebben een lange steel, zijn wit-groenig, 0,8 tot 1 cm, meestal viertallig (vier kroonbladen en vier kelkbladen) en ze hebben vier meeldraden. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten: Een doosvrucht. De vruchten zijn stomp vierkantig, vierhokkig en roze-rood. Per hokje is er één zaad. De zaden zijn wit en worden omgeven door een oranje zaadrok. Ze zijn iets giftig. Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige tot matig beschaduwde plaatsen op droge, soms wat vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, basische, kalkhoudende grond (leem, zand en mergel).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, beekoeverwalbossen en hellingbossen), bosranden, struwelen, heggen, houtwallen, zeeduinen (duinbossen en duinstruweeel) en rivierduinen (rivierduinbosjes).

Verspreiding

Wereld: Europa, behalve in het noorden. Oostelijk tot in de Kaukasus.


Brede kardinaalsmuts

Nederland: Algemeen, maar zeldzaam in het noordelijk zeekleigebied.

Brede kardinaalsmuts: Niet ingeburgerd.

Vlaanderen: Vrij algemeen in de duinen, de Leemstreek en langs de Maas. Elders vrij zeldzaam.


Wallonë: Algemeen in het Maasgebied en Lotharingen en vrij algemeen in Brabant. Elders zeer zeldzamer.

Wetenswaardigheden

De struik ruikt onaangenaam als je hem kneust en gegeten vruchten wekken braken op. Vroeger maakte men poeder van de bladeren en vruchten en bestreed hier luizen mee. Om de herfstkleuren en de fraai gekleurde vruchten wordt hij als sierheester aangeplant.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)

 

© 2001-2020 K.M. Dijkstra