Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Wilde reseda - Reseda lutea

Andere namen

Frysk: Wylde reseda

English: Wild Mignonette

Français: Réséda jaune

Deutsch: Gelbe Resede

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Brassicales

Familie: Resedaceae (Resedafamilie)

Geslacht: Reseda

Soort: Reseda lutea

Naamgeving (Etymologie): Reseda is afgeleid van het Latijnse resedo, wat is gevormd uit re (weer) en sedare (kalmeren of helen), naar de veronderstelde kracht tegen externe kneuzingen. Lutea betekent geel.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig of overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 20-60 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Olivier Pichard - CC BY-SA 3.0

Wortels


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


hasbrouck.asu.edu - CC0-1.0


mam.ansp.org - CC BY-NC 4.0


hasbrouck.asu.edu - CC0-1.0

Stengels: De kale, opstijgende tot rechtopstaande stengels zijn vanaf de grond bossig vertakt.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


kuleuven-kulak.be


Krzysztof Ziarnek - CC BY-SA 4.0


AnRo0002 - CC0

Bladeren: De verspreidstaande bladeren zijn diep veervormig ingesneden, maar niet helemaal tot op de nerf. De slippen zijn door smalle stroken met elkaar verbonden, naar de top worden ze breder en daar meestal zelf ook weer met enkele zijslippen. De bladsteel is smal gevleugeld.

Bloemen: Tweeslachtig. Kegelvormige bloemtrossen, die eerst vrij kort zijn, maar later steeds langer worden. De niet geurende, groengele bloemen hebben meestal zes (soms zeven) kroonbladen, waarvan de bovenste twee langer zijn en eveneens zes kelkbladen. Er zijn veel meeldraden en een bovenstandig vruchtbeginsel met een stijl met drie stempels.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be

Vruchten: Een doosvrucht. De langwerpige, rechtopstaande vruchten zijn 0,7-1,2 cm. De gladde zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Wim de Groot  - CC BY-NC-SA 3.0 NL


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op droge, vrij voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende grond (zand, zavel, mergel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Omgewerkte grond, braakliggende grond, ruigten (kalkrijke ruigten), bermen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), akkers (akkerranden), dijken (open plekken op zuidhellingen), puin, haventerreinen, fabrieksterreinen, zeeduinen (ruderale plaatsen), afgravingen (steengroeven, zandafgravingen en mergelgroeven), tussen straatstenen, tegen muren, parkeerplaatsen en opslagplaatsen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk afkomstig uit het Middellandse-Zeegebied. Nu in het grootste deel van Europa, in Noord-Afrika, Zuidwest-Azië, Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland.


gbif.org

Nederland: Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg, in het rivierengebied, in de Hollandse en Zeeuwse duinen en in het midden van het land. Elders zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Al voor 1500 ingevoerd (archeofyt).


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij zeldzaam in het kustgebied en het Maasgebied. Elders zeldzaam.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.


Wallonië: Vrij zeldzaam in het Maasgebied en in Brabant. Elders zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm

© 2001-2018 K.M. Dijkstra