Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Wilde kamperfoelie - Lonicera periclymenum

Frysk: PapsŻger

English: Common honeysuckle

FranÁais: ChŤvrefeuille des bois

Deutsch: Wald-GeiŖblatt

Synoniemen:

Familie: Caprifoliaceae (Kamperfoeliefamilie)

Naamgeving (Etymologie): De Nederlandse naam is een verbastering van het Latijnse caprifolium (geitenblad). Lonicera is genoemd naar Adam Lonicer of Lonitzer, een Duitse botanicus (1528-1586). Periclymenum is een Griekse plantennaam en betekent omranker.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik (liaan).

Winterknoppen: Fanerofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus, soms ook nog in september en oktober.

Afmeting: 2-6 meter.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De houtige stengels zijn rechtswindend of kruipend en worden tot enkele meters lang. De beharing verdwijnt met het ouder worden. Na verloop van tijd gaat de schors afschilferen (de bast van de stengels laat in stroken in de lengterichting los).


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: Al voor de winter lopen de knoppen uit. De bladeren staan tegenover elkaar in tweetallen. Ze zijn van boven donkergroen en van onderen blauwgroen. Ze zijn eivormig tot langwerpig en 4-10 cm lang. Eerst zijn ze enigszins behaard, maar deze beharing verdwijnt naar mate de bladeren ouder worden. Meestal hebben ze een kale rand en een kort toegespitste top. Ze zijn wigvormig in een korte steel versmald. Het bovenste paar is onder de bloeiwijze niet gesteeld. De bladeren van de bloeiende takken zijn niet vergroeid aan de voet.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen zitten in gesteelde hoofdjes. Ze zijn klierachtig behaard, geelwit en soms zijn ze rood of paars aangelopen. Ze zijn 4-5 cm lang en hebben twee lippen. De nauwe buis is minstens 2 cm lang en iets gekromd. De bovenlip en de onderlip krommen zich tijdens de bloei achterover. De vijf kelktanden zijn spits. De lange helmknoppen zijn in het midden scharnierend bevestigd aan de helmdraden, die meer dan 1 cm buiten de kroonuitsteken. De stijlsteekt nog verder uit. De bloemen verspreiden een sterke geur. Iedere bloem heeft vier meeldraden en een onderstandig vruchtbeginsel met een stijl met drie stempels.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: De bessen zijn rood en niet met elkaar vergroeid. Ze zijn zwak giftig. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan ťťn jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige tot beschaduwde plaatsen op droge tot vrij natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, zwak tot matig zure, meestal kalkarme, maar soms kalkhoudende, humeuze grond (zand, leem, veen en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bossen (open plekken in loofbossen), bosranden, struwelen, heggen, rotsen, klippen, moerassen, waterkanten (slootkanten) en zeeduinen.

Verspreiding

Wereld: West-Europa. Noordelijk tot West-Noorwegen, zuidelijk tot in Marokko en oostelijk tot in Polen, de Kaukasus en de Alpen. Zeer zeldzaam in ItaliŽ. Plaatselijk ingeburgerd in Noord-Amerika.

Nederland: Algemeen, maar zeldzamer in kleistreken.

Vlaanderen: Algemeen.

WalloniŽ: Algemeen.

Wetenswaardigheden

De bloemen staan in paren aan weerszijden van de stengel en werden daardoor een symbool van twee geliefden. Men meende dat als er kamperfoeliebloemen in huis kwamen, een bruiloft spoedig zou volgen. In het jaar 77 schreef Dioscorides over de gunstige werking van een drankje, gemaakt van de zaden, op nierkwalen en vermoeidheid. Ook bij hoofdpijn, longinfecties en astma werd kamperfoelie gebruikt. In het laatste geval werden de bloemen in huis gestrooid. Omdat de bloembodem diep ligt kunnen bijen er niet bij. Hommels en vlinders bezoeken de bloemen. Ook de Zevenslaper (een muizensoort) bezoekt de plant, maar met de bedoeling stukjes van de bast af te knagen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 4 (1800)


Cruijdeboek, deel 6, Rembert Dodoens. Van der boomen, haghen, ende alle houtachtighe gewassen, en van huerder vruchten, gummen ende sapen ondersceet, fatsoen, naem, natuere, cracht ende werkinghe (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's NatŁrlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Taschenbuch zum Pflanzenbestimmen, Prof. Dr Paul Graebner (1918)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL