Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Wilde liguster - Ligustrum vulgare

Frysk: Wylde liguster

English: Wild Privet

FranÁais: TroŽne commun

Deutsch: GewŲhnlicher Liguster

Synoniemen: Gewone liguster

Familie: Oleaceae (Olijffamilie)

Naamgeving (Etymologie): Ligustrum komt mogelijk van ligare (binden), een verwijzing naar het gebruik van de buigzame scheuten. De naam kan echter te maken hebben met ligula (tongetje of lepeltje), dit vanwege de bladvorm of het heeft te maken met lignum (hout) of het is afgeleid van Ligurie (een streek waar de liguster veel zou voorkomen). Vulgare betekent gewoon of algemeen voorkomend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik

Winterknoppen: Fanerofyt.

Bloeimaanden: Juni en juli.

Afmeting: 1,2-3 meter.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Globetrotter19 -
CC BY-SA 3.0


Frank Vincentz -
CC BY-SA 3.0


Meneerke bloem -
GFDL

Takken: De schors is glad en grijsachtig. De takken zijn sterk vertakt. De jonge takken zijn behaard en buigzaam. Wilde liguster groeit vrij vaak in groepen.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De bladeren zijn langwerpig en hebben een gave rand. Ze zijn iets leerachtig, kaal en kort gesteeld. Op beschutte plaatsen blijven de bladeren tot in de winter aan de struik.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien in dichte pluimen aan het eind van de takken. Ze zijn wit, kort-trechtervormig, diep gespleten, vierdelig en 4-6 mm. De kroonbuis is korter dan de zoom. De kelk is klein en heeft vier tanden. De bloemen verspreiden een duidelijke geur.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: De bessen zijn zwart en 6-8 mm. Meestal bevatten de bessen twee zaden. Ze smaken bitter en zijn iets giftig. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan ťťn jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot matig beschaduwde, warme plaatsen op matig voedselarme tot matig voedselrijke, vochtige tot meestal droge, basische, kalkrijke, humeuze grond (zand, mergel, zavel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Zeeduinen (duinstruweel), bossen (lichte plekken in loofbossen en hellingbossen, met name op open, stenige, humusarme plekken), bosranden, struwelen, heggen, waterkanten (afkalvende oevers van bosbeken), dijken, mergelhellingen en afgravingen (oude kalkgroeven).

Verspreiding

Wereld: Wilde liguster: Zuidelijk Europa, maar in het uiterste zuiden ontbreekt de struik grotendeels. Oorspronkelijk oostelijk tot in de Kaukasus, noordelijk van Midden-Engeland door Nederland en Duitsland naar de Zwarte Zee. Ook in Marokko. Elders ingeburgerd.
Haagliguster: Oorspronkelijk uit Japan. Nu in alle werelddelen.

Wilde liguster

Haagliguster

Nederland: Wilde liguster: Vrij algemeen.
Haagliguster: Niet ingeburgerd.

Wilde liguster

Haagliguster

Vlaanderen: Wilde liguster: Vrij algemeen. Het meest in de duinen.
Haagliguster: Vrij algemeen ingeburgerd.
WalloniŽ:
Wilde liguster: Vrij algemeen.
Haagliguster: Vrij zeldzaam  ingeburgerd.

Wilde liguster

Haagliguster

Wetenswaardigheden

Wilde liguster wordt vooral op taluds toegepast, maar de meest gekweekte Ligusterstruiken behoren tot een andere soort: de Japanse Haagliguster (Ligustrum ovalifolium), die vooral voor geknipte tuinheggen wordt gebruikt. Deze onderscheidt zich door een langere kroonbuis, bredere en langer aan de struik blijvende bladeren en onbehaarde jonge twijgen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 11, Jan Kops en P. M. E. Gevers Deijnoot (1853)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 2 (1796)


Cruijdeboek, deel 6, Rembert Dodoens. Van der boomen, haghen, ende alle houtachtighe gewassen, en van huerder vruchten, gummen ende sapen ondersceet, fatsoen, naem, natuere, cracht ende werkinghe (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm (1796)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's NatŁrlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


British moths and their transformations, deel 1, Henry Noel Humphreys, John Obadiah Westwood (1845)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL