Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Wilde sorgo - Sorghum halepense

Frysk: Wylde sorgo

English: Johnsongrass

FranÁais: Sorgho d'Alep

Deutsch: Wilde Mohrenhirse

Synoniemen: Aleppogierst

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Sorghum is de gelatiniseerde naam van het Italiaanse Sorgo. Halepense is afgeleid van Aleppo in SyriŽ.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Augustus en september.

Afmeting: 50-170 cm.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Daniel Villafruela -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Wortels: Dikke, horizontale wortelstokken.


Forest en Kim Starr -
CC BY 3.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


bisque.cyverse.org -
CC BY-NC 3.0

Stengels: De knopen op de stengels kunnen behaard of kaal zijn.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Bladeren: De bladeren worden tot 2 cm breed. Ze zijn glanzig en hebben een witte middennerf. Het tongetje heeft een vliezige voet en is lang gewimperd.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Bloemen: Polygaam. De bloeiwijze is in omtrek driehoekig. De bloempluim is paarsrrood en heeft uitstaande takken. De tweeslachtige, niet gesteelde aartjes worden tot 2 mm breed. Ze zijn eivormig. De mannelijke of onvruchtbare aartjes worden tot 6 mm lang en staan op ongeveer even lange stelen.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Bertrant Bui- tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Alain Bigou - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen op vochtige, voedselrijke, omgewerkte grond.

Groeiplaatsen: Bermen, wegranden (vooral langs autosnelwegen), ruigten, waterkanten (rivierstrandjes) en bij graanverwerkende fabrieken.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied, Noordoost-Afrika en Zuidwest-AziŽ. Nu in alle werelddelen, vooral in de warmere streken, maar het dringt steeds verder door in gebieden met een gematigd klimaat.

Nederland: Vrij zeldzaam. Voornamelijk in stedelijke gebieden. Ingeburgerd tussen 1950 en 1974.

Vlaanderen: Vrij zeldzaam ingeburgerd.
WalloniŽ:
Zeldzaam ingeburgerd.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL