Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Wilgalant - Inula salicina

Andere namen

Frysk:

English: Irish Fleabane

Français: Inule à feuilles de saule

Deutsch: Weiden-Alant

Verouderde of andere namen: Wilgenbladalant

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Asterales

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Geslacht: Inula (Alant)

Soort: Inula salicina

Naamgeving (Etymologie): Inula is mogelijk afgeleid van het Griekse helen (korf). vanwege het ruime omwindsel om de hoofdjes, maar misschien is de naam ook een verbastering van Helenium, naar Helena van Troje. Inula zou tenslotte ook kunnen zijn afgeleid van hinnulus (een jonge muilezel) en was goed voor zowel muilezels als mensen. Het werd door de eeuwen heen een belangrijk paardenmedicijn. Salicina betekent op een wilg gelijkende plant.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 25-80 cm.


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0


Olivier Pichard - CC BY-SA 3.0


Qwert1234 - Public Domain


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Wortels


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn kaal, maar aan de voet vaak iets borstelharig.

Bladeren: De bladeren zijn iets glanzend met uitspringende nerven. Aan de rand zijn ze gewimperd. De onderste bladeren zijn langwerpig tot eirond, gesteeld, stijf en van boven kaal. De, bovenste bladeren zijn smal hartvormig, zittend en halfstengelomvattend.

Bloemen: Polygaam. De gele bloemhoofdjes zijn 2½-4 cm. De bloemen hebben lange, smalle straalbloemen en buisbloemen. De omwindselbladen zijn alleen aan de rand behaard. Ze zijn langwerpig en hebben een teruggeslagen top.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Olivier Pichard - CC BY-SA 3.0


MurielBendel - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn vrijwel kaal. Het vruchtpluis bestaat uit dertig tot vijfendertig haren. Tweezaadlobbig.


Franco Rossi - CC BY-NC-ND 4.0


Franco Rossi - CC BY-NC-ND 4.0


herbario.ipe.csic.es


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op 's winters vochtige, soms vrij natte en 's zomers drogere, matig voedselarme, niet bemeste, kalkhoudende grond (mergel, leem, löss, veen en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bosranden (kalkhellingbossen), bossen (open plaatsen op beboste hellingen), rotsachtige hellingen en grasland (kalkgrasland en ijl, schraal grasland).

Verspreiding

Wereld: Midden-Azië en Midden-Europa. Westelijk tot in België, met een voorpost in Ierland. In het oosten van Azië groeit een andere ondersoort.


gbif.org

Nederland: Misschien nog zeer zeldzaam. Vroeger in Zuid-Limburg en bij Hoevelaken. Voor het laatst gevonden in 1959 bij Mechelen.
Rode lijst 2012. Gevoelig. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Zeer zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.

Wallonië: Zeer zeldzaam in het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen.
Rode lijst. Ernstig bedreigd. Beschermd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra