Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Wilgsla - Lactuca saligna

Andere namen

Frysk: Wylgeblêdslaad

English: Least Lettuce

Français: Laitue à feuilles de saule

Deutsch: Weiden-Lattich

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Asterales

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Geslacht: Lactuca (Sla)

Soort: Lactuca saligna

Naamgeving (Etymologie): Lactuca komt van lac (melk) en duco (voeren), naar het melksap, dat de planten bevatten. Saligna betekent op een wilg gelijkend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juli en augustus.

Afmeting: 20-60 cm.


Dalgial - CC BY 3.0


Franco Caldararo - CC BY-NC-ND 4.0


Roberta Alberti - CC BY-NC-ND 4.0


Roberta Alberti - CC BY-NC-ND 4.0

Wortels


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn vaak vanaf de voet bezemvormig vertakt. Ze zijn witachtig en kaal.

Bladeren: De onderste bladeren zijn diep veervormig gedeeld met een lange, smalle eindlob en van elkaar verwijderd staande, smalle, spitse zijslippen. Tijdens de bloei zijn deze bladeren vaak al verdord. De hogere bladeren zijn lijnvormig tot langwerpig en hebben een pijlvormige stengelomvattende voet. De grijsgroene bladeren zijn niet gestekeld.

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemhoofdjes staan afzonderlijk of zitten in groepjes van twee of drie in smalle trosvormige pluimen. De lichtgele hoofdjes zijn 0,9-1,1 cm groot en bijna niet gesteeld. De omwindselbladen zijn groen.

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn zwart en hebben een lange witte snavel, die twee keer zo lang is als het zaadje. Tweezaadlobbig.


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Franco Caldararo - CC BY-NC-ND 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Zonnige, open (kale) tot grazige plaatsen op droge tot matig vochtige, voedselrijke, met name stikstofrijke en vaak iets ziltige grond.

Groeiplaatsen: Dijken, zeedijken, braakliggende grond, grasland (open plaatsen in vochtig, bemest grasland, schraal grasland en schraal weiland), rolsteenstranden, rotsachtige plaatsen, langs spoorwegen (spoorbermen) en hellingen.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-Azië, Noord-Afrika en Zuid- en Midden-Europa. Noordelijk tot in Nederland, België, Zuid-Engeland en Duitsland. Ook in de laatste 2 landen is de soort sterk in aantal achteruitgegaan. Ook in Australië en Noord-Amerika.


gbif.org

Nederland: Vroeger in het kustgebied, voornamelijk in Zeeuwsch-Vlaanderen en op Beveland. Ook gevonden op Voorne, bij Nijmegen en bij Maastricht. Voor het laatst aangetroffen in 1982.
Rode lijst 2012. Verdwenen uit Nederland. Trend sinds 1950: maximaal afgenomen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer zeldzaam of verdwenen in de Kempen (Limburg). Vroeger ook in het kustgebied
Rode lijst. Met verdwijning bedreigd.


Wallonië: Voor 1930 op veel plaatsen langs de Maas tussen Dinant en Visé.
Rode lijst. Verdwenen uit Wallonië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm

© 2001-2018 K.M. Dijkstra