Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Wilgsla - Lactuca saligna

Frysk: WylgeblÍdslaad

English: Least Lettuce

FranÁais: Laitue ŗ feuilles de saule

Deutsch: Weiden-Lattich

Synoniemen:

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Lactuca komt van lac (melk) en duco (voeren), naar het melksap, dat de planten bevatten. Saligna betekent op een wilg gelijkend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juli en augustus.

Afmeting: 20-60 cm.


Dalgial -
CC BY 3.0


Franco Caldararo -
CC BY-NC-ND 4.0


Roberta Alberti -
CC BY-NC-ND 4.0


Roberta Alberti -
CC BY-NC-ND 4.0

Wortels


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn vaak vanaf de voet bezemvormig vertakt. Ze zijn witachtig en kaal.


Franco Caldararo -
CC BY-NC-ND 4.0


Jan Hein van Steenis -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Emmanuel Stratmains - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De onderste bladeren zijn diep veervormig gedeeld met een lange, smalle eindlob en van elkaar verwijderd staande, smalle, spitse zijslippen. Tijdens de bloei zijn deze bladeren vaak al verdord. De hogere bladeren zijn lijnvormig tot langwerpig en hebben een pijlvormige stengelomvattende voet. De grijsgroene bladeren zijn niet gestekeld.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Emmanuel Stratmains - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Emmanuel Stratmains - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemhoofdjes staan afzonderlijk of zitten in groepjes van twee of drie in smalle trosvormige pluimen. De lichtgele hoofdjes zijn 0,9-1,1 cm groot en bijna niet gesteeld. De omwindselbladen zijn groen.


Philmarin -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Paul Fabre - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn zwart en hebben een lange witte snavel, die twee keer zo lang is als het zaadje. Tweezaadlobbig.


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Franco Caldararo -
CC BY-NC-ND 4.0


Eitan Ferman -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open (kale) tot grazige plaatsen op droge tot matig vochtige, voedselrijke, met name stikstofrijke en vaak iets ziltige grond.

Groeiplaatsen: Dijken, zeedijken, braakliggende grond, grasland (open plaatsen in vochtig, bemest grasland, schraal grasland en schraal weiland), rolsteenstranden, rotsachtige plaatsen, langs spoorwegen (spoorbermen) en hellingen.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-AziŽ, Noord-Afrika en Zuid- en Midden-Europa. Noordelijk tot in Nederland, BelgiŽ, Zuid-Engeland en Duitsland. Ook in de laatste 2 landen is de soort sterk in aantal achteruitgegaan. Ook in AustraliŽ en Noord-Amerika.

Nederland: Verdwenen. Vroeger in het kustgebied, voornamelijk in Zeeuwsch-Vlaanderen en op Beveland. Ook gevonden op Voorne, bij Nijmegen en bij Maastricht. Voor het laatst aangetroffen in 1982.

Vlaanderen: Waarschijnlijk verdwenen.
WalloniŽ:
Verdwenen. Voor 1930 op veel plaatsen langs de Maas tussen Dinant en Visť.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL