Wilde planten in Nederland en België

Winterakoniet - Eranthis hyemalis

Frysk: Ayttablomke

English: Winter Aconite

Français: Eranthe d'hiver

Deutsch: Winterling

Synoniemen:

Familie: Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Eranthis komt van het Griekse er (voorjaar) en anthos (bloem), dus een voorjaarsbloem. Hyemalis betekent winters of in de winter bloeiend. Akoniet komt van het Griekse akoniton = giftige plant.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Hoofdbloei: Januari t/m maart.

Afmeting: 5-15 cm.


Zeynel Cebeci -
CC BY-SA 4.0


Maja Dumat -
CC BY 2.0


Gunnar Creutz -
CC BY-SA 4.0


Ljuba brank -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Een bruine, korte, dikke, knolvormige (bolronde of eirond-langwerpige) wortelstok, die rondom is bezet met wortelvezels. De wortelstok kan tenslotte zo groot worden als een walnoot.


Danny S. -
CC BY-SA 3.0


Danny S. -
CC BY-SA 3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Een kale, glanzende plant met een rechtopstaande, gladde, roodbruine bloemstengel met één bloem. De bladstelen zijn aan de voet omhuld door schubben.


Dominicus Johannes Bergsma -
CC BY-SA 4.0


Dominicus Johannes Bergsma -
CC BY-SA 4.0


Kenraiz -
CC BY-SA 3.0


Christer T Johansson -
CC BY 3.0

Bladeren: Glanzend donkergroene bladeren. Er zijn één of enkele wortelbladen met een lange steel. Het blad is in omtrek rond, maar diep handvormig ingesneden met vijf tot zeven slippen. Onder de bloem zit een krans van drie diep ingesneden bladen.


Christer T Johansson -
CC BY 3.0


Christer T Johansson -
CC BY 3.0


Raul654 -
CC BY-SA 3.0


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De gele, 2-3 cm grote bloemen zijn in knop knikkend. Er groeit maar één bloem per stengel. Meestal zijn er zes eivormige tot langwerpige bloemdekbladen. Onder de bloem zie je een krans van drie niet gesteelde, diep ingesneden omwindselbladen. Binnen de gekleurde krans van bloemdekbladen vind je een krans van gewoonlijk zes kleine, gele delen, die aan de onderkant buisvormig zijn en naar boven trechtervormig verwijd en tweelippig zijn en nectarbakjes (honingbakjes) vormen. Deze nectariën zijn korter dan de bloemdekbladen en de vele meeldraden.


Hedwig Storch -
CC BY-SA 3.0


Dezidor -
CC BY 3.0


AnemoneProjectors -
CC BY-SA 2.0


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een tot 1½ cm groot vruchthoofdje met meestal zes kokervruchtjes. Deze zijn iets gebogen, aan weerskanten met een scherpe rand en een rechte snavel. Tweezaadlobbig.


Rüdiger -
CC BY-SA 3.0


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke, humeuze, kalkrijke grond (zandige klei en zware leem). Vaak op grazige plaatsen.

Groeiplaatsen: Bossen (bij buitenplaatsen en parkbossen), bosranden, struwelen, kreupelhout, bermen, langs lanen, tuinen, wijngaarden, plantsoenen en grasland (beschaduwde gazons).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit de Zuid-Europese gebergten, van Zuid-Frankrijk, via Italië tot in de Balkan. Ingeburgerd in West- en Midden-Europa. Ook verwilderd in Noord-Amerika.

Nederland: Vrij zeldzaam. Het meest in Groningen, Zuid-Limburg, het rivierengebied, aan de binnenduinrand en vooral in Noordwest-Fryslân. Ingeburgerd in de 17de eeuw.

Vlaanderen: Zeldzaam ingeburgerd.
Wallonië:
Zeer zeldzaam ingeburgerd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL