Wilde planten in Nederland en België

Wintereik - Quercus petraea

Frysk: Winteriik

English: Sessile oak

Français: Chêne sessile

Deutsch: Trauben-Eiche

Synoniemen: Quercus sessilis

Familie: Fagaceae (Napjesdragersfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Quercus komt mogelijk van het keltische quer (fraai) en cuex (boom). Het kan ook van het Griekse karkos of kartos (kracht) afkomstig zijn. omdat de eik als zinnebeeld van kracht werd beschouwd. Petraea is rotsbewonend.

Kruising: Wintereik kan een bastaard vormen met Zomereik (Quercus x rosacea).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Boom.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Hoofdbloei: April en mei.

Afmeting: 15-35 meter.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stam: De kroon is vrij smal en dicht. De schors is grijs en gekloofd. De stam loopt door tot in de top van de kroon.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Takken: De kale takken zijn donker grijsgroen.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De glanzend donkergroene, eironde bladeren zijn van onderen behaard (sterharen), vooral op de nerven, met name op de hoofdnerf. Later worden ze min of meer kaal. De grootste breedte is ongeveer in het midden en de bladinsnijdingen zijn tamelijk ondiep en afgerond. Aan de voet is het blad wigvormig versmald (zonder oortjes). Dit is een verschil met Zomereik. De bladsteel is 1-2,5(-3) cm lang.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. Mannelijke katjes zijn iets langer dan die van Zomereik. De meeldraden zijn korter dan de bloemdekslippen. Vrouwelijke bloemen groeien alleen of in kleine, vrijwel ongesteelde kluwens in de bladoksels. Ze verschijnen tegelijk met de bladeren.


Willow -
CC BY-SA 2.5


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Mathieu Menand - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De eivormige eikels groeien met drie tot zeven bij elkaar in behaarde, vrijwel zittende of hoogstens zeer kort gesteelde (maximaal 1 cm) napjes. Verse eikels zonder overlangse strepen. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Nikanos -
CC BY-SA 2.5


Willow -
CC BY-SA 2.5


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Giftigheid: Zwak giftig.

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op droge tot matig vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure grond (voornamelijk op leem, maar ook op zand). Wintereik verdraagt iets meer schaduw dan Zomereik.

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, vooral in heuvelgebieden), heggen en zeeduinen (binnenduinen).

Verspreiding

Wereld: West-, Midden- en Zuidoost-Europa en in het Zwarte-Zeegebied. In Zuid-Europa vooral in hoger gelegen gebieden.

Nederland: Vrij algemeen  in het oosten en midden van het land, in Zuid-Limburg en in de binnenduinen. Elders zeldzamer.

Vlaanderen: Vrij algemeen.
Wallonië:
Vrij algemeen.

Toepassingen

Het hout is even waardevol als dat van de Zomereik. Eikenhout werd vroeger gebruikt bij het smelten van ijzererts. Het zorgde voor een gelijkmatig brandend vuur voor de smeltovens. Eikenschors bevat veel looizuur, een stof die gebruikt werd voor het looien van leer uit huiden.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL