Namen
Nederlands: Winterlinde (Kleinbladige linde)
Frysk: HertblÍdlinebeam
English: Small-leaved Lime
FranÁais: Tilleul ŗ petites feuilles
Deutsch: Winter-Linde
Wetenschappelijk: Tilia cordata (Tilia ulmifolia, Tilia parvifolia)
Familie: Kaasjeskruidfamilie, Malvaceae
Geslacht:
Tilia, Linde
Kruising: De Hollandse linde (Tilia x vulgaris) is de kruising van de Zomerlinde en de Winterlinde en is vaak aangeplant, maar komt soms ook in het wild voor. De boom groeit op vochtige, matig voedselrijke grond in loofbossen.
Naamgeving: Tilia is mogelijk afgeleid van het Griekse tilon of ptilon (vleugel). Cordata betekent " hartvormig" .

Beschrijving
Afmeting: Tot 35 meter.
Levensduur: Overblijvend. Fanerofyt (winterknoppen minstens 50 cm boven de grond, boom).
Bloeimaanden: Juni en juli.
Stam: De schors is grijs en glad, maar krijgt later smalle bruine scheurtjes.
Takken: De jonge taken zijn weinig of niet behaard. De jonge takken en de knoppen zijn olijfgroen tot roodachtig. Winterlinde vormt een brede uitstaande kroon.
Bladeren: De bladeren zijn kleiner dan die van Zomerlinde. Ze zijn hartvormig, 3 tot 7 cm breed en gezaagd. Aan de bovenkant zijn ze mat donkergroen. Van onderen zijn ze blauwgroen. In de hoeken (oksels) van de nerven zijn ze roodachtig of geelachtig behaard, maar verder zijn ze kaal (soms weinig behaard). De dwarsnerven zijn onopvallend. De bladsteel is kaal.
Bloemen: Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen groeien in bundels van 4 tot 15. De bloeiwijze is min of meer scheef opgericht en hangt dus niet. De 5 kroonbladen zijn 4 tot 8 mm lang, geel-wit en verspreiden een prettige geur.
Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De gemakkelijk samendrukbare vruchten zijn rond, 5 tot 6 mm groot en niet of nauwelijks geribd. De zaden zijn zeer kortlevend (< 1 jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Biotoop
Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, vaak kalkhoudende, humeuze, lemige grond. Iets minder warmteminnend dan Zomerlinde.
Groeiplaatsen: Bossen (kalkrijke loofbossen, hellingbossen), hakhout en houtwallen langs beken.

Biotoop
Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, vaak kalkhoudende, humeuze, lemige grond. Iets minder warmteminnend dan Zomerlinde.
Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen en hellingbossen), bosranden, hakhout en waterkanten (houtwallen langs beken).

Verspreiding
Wereld
Winterlinde - Tilia cordata
In Europa, behalve in de meest noordelijke en de zuidelijke delen. Ook in West-SiberiŽ en in de Kaukasus.

Nederland

Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg, Twente, de Achterhoek en bij Woensdrecht in Noord-Brabant.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Vrij zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.

Hollandse linde (Tilia x vulgaris)

Vlaanderen
Winterlinde - Tilia cordata
Zeldzaam. Oorspronkelijke inheemse bomen zijn waarschijnlijk uiterst zeldzaam of verdwenen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

WalloniŽ Vrij zeldzaam in het Maasgebied en de zuidelijke Ardennen. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Wetenswaardigheden
Winterlinde werd ook vroeger veel langs wegen aangeplant. Volgens het volksgeloof was het een heilige boom, die de boeren tegen het kwaad beschermde. Al sedert de oude Grieken en Romeinen gebruikt men de linde als schaduwboom. Het zachte lindenhout, met zijn gelijkmatige structuur, is ideaal voor snij- en draaiwerk. In veel kerken en voorname huizen uit de 17e en 18e eeuw zijn hiervan voorbeelden te zien. Omdat het niet kromtrekt, wordt lindehout nog steeds gebruikt voor klankborden en toetsen van piano's en orgels en ook voor tekenborden. Vroeger werd de bast veel gebruikt voor de vervaardiging van opbindmateriaal voor planten. In Rusland, vlecht men er nog steeds Moscovische matten van. De gedroogde lindebloesem is een bekend huismiddeltje tegen verkoudheid en heeft een zweet bevorderende werking. Ook trekt men er wel thee van.

Winterlinde - Tilia cordata

Flora Batava, deel 18, Jan Kops en F.W. van Eeden (1889)

Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 4 (1800)

Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm (1796)

Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)
Hollandse linde

© 2001-2016 K.M. Dijkstra