Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Witte krodde - Thlaspi arvense

Andere namen

Frysk: Wite kyk

English: Field Penny-cress

Français: Tabouret des champs

Deutsch: Acker-Hellerkraut

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Brassicales

Familie: Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie)

Geslacht: Thlaspi (Boerenkers)

Soort: Thlaspi arvense

Naamgeving (Etymologie): Thlaspi stamt waarschijnlijk af van het Griekse thlaein (samendrukken of afplatten). Dat slaat op de vorm van het hauwtje. Arvense betekent op akkers groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 15-60 cm.

Wortels: Een penwortel.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande, geribde stengels zijn kantig, kaal, bebladerd en naar boven toe vaak vertakt. In de volle zon kunnen de stengels paarsachtig verrkleuren.


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bladeren: Eerst wordt er een bladrozet gevormd. De verspreidstaande, langwerpige, lichtgroene bladereen worden tot 6 cm lang. Ze zijn grof bochtig getand, hebben een pijlvormige voet en zijn stengelomvattend.


kuleuven-kulak.be


kuleuven-kulak.be


kuleuven-kulak.be


kuleuven-kulak.be

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien in eindstandige trossen. De vier witte kroonbladen zijn 3-4 mm en de helmknoppen zijn geel. De vier kelkbladen staan tijdens de bloei af. Er zijn zes meeldraden. Daarvan zijn er vier lang en twee kort. Het vruchtbeginsel is bovenstandig met stijl en stempel.


kuleuven-kulak.be


kuleuven-kulak.be


kuleuven-kulak.be


kuleuven-kulak.be

Vruchten: Een doosvrucht. De hauwtjes  zijn rondachtig, 1-2 cm groot, breed gevleugeld (bovenaan tot 5 mm breed), aan de top ingesneden en bevatten vijf tot acht zaden. Ze hebben een afstaande steel. Zaden met lage, concentrische ribbels. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op vochtige, voedselrijke, vaak omgewerkte grond (zand, leem, zavel, klei en stenige grond).

Groeiplaatsen: Akkers (graanakkers en hakvruchtakkers), moestuinen, bermen, dijken, puin, ruderale plaatsen (ook in de duinen), nieuwe plantsoenen, droge greppels, braakliggende grond, stortterreinen en gronddepots.

Verspreiding

Wereld: Koude en gematigde streken op het noordelijk halfrond. Ingeburgerd in oa. Chili en Nieuw-Zeeland.


gbif.org

Nederland: Algemeen, maar vrij zeldzaam in Zuidoost-Fryslân, Drenthe, Overijssel en op de Veluwe.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Al voor 1500 ingevoerd (archeofyt).


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen, maar zeldzaam in de Kempen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.


Wallonië: Algemeen in het westelijke deel van het leemdistrict en in het Maasdistrict. Elders minder algemeen en zeldzaam in de Hoge Ardennen.

Toepassingen

De scherp smakende zaden werden vroeger gebruikt als vervanging voor mosterd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 2 (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 2 (1796)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

   

© 2001-2018 K.M. Dijkstra