Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Witte veldbies - Luzula luzuloides

Andere namen

Frysk:

English: White Wood-rush

Français: Luzule blanche

Deutsch: Weißliche Hainsimse

Verouderde of andere namen: Luzula nemorosa

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Juncaceae (Russenfamilie)

Geslacht: Luzula (Veldbies)

Soort: Luzula luzuloides

Naamgeving (Etymologie): Luzula ia afkomstig van het Italiaanse luciola (glimworm), een naam die door de Italianen ook gebruikt voor biezen, omdat uit het merg van deze planten kaarsenpitten (lucigno of lucignolo) gemaakt werden. Luzuloides betekent luzula-achtig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.

Afmeting: 30-75 cm.


Daderot - CC0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Krzysztof Ziarnek - CC BY-SA 3.0

Wortels: Kruipende wortelstokken met uitlopers.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: Witte veldbies vormt losse pollen of matten.


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De wortelbladen zijn 3-6 mm breed en even lang en weinig smaller dan de stengelbladen. Aan de voet van de bloeiwijze zit één schutblad, dat boven de bloeiwijze uitsteekt.


Daderot - CC0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen zitten met twee tot acht bij elkaar in kluwens, die verenigd zijn tot een losse, wijd vertakte, sterk samengestelde en vaak tuilvormige bloeiwijze. De takken hangen tenslotte vaak over. De bloemdekbladen zijn witachtig of soms rood aangelopen. Tijdens en na de bloei worden ze bruiner.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Radio Tonreg - CC BY 2.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. De vruchten zijn in een korte snavel samengetrokken. De zaden hebben aan de top een zeer klein aanhangsel. Zonder het aanhangsel zijn ze ongeveer 1 mm lang. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.

Biotoop

Bodem: Beschaduwde plaatsen op matig droge tot vochtige, zwak tot matig zure, matig voedselarme tot matig voedselrijke, humeuze grond (zand en leem).

Groeiplaatsen: Bossen (oude loofbossen, hellingbossen en oude bossen bij buitenplaatsen).

Verspreiding

Wereld: Midden- en in Zuidoost-Europese berggebieden. Noordwestelijk tot in Nederland en België. In Noord- en Noordwest-Europa op veel plaatsen ingeburgerd, evanals op een paar plaatsen in Noord-Amerika.


gbif.org

Nederland: Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg en zeer zeldzaam in Twente bij de Lutte. Elders soms ingeburgerd (aangevoerd met graszaad) op landgoederen, o.a. in Midden-Nederland en aan de Hollandse binnenduinrand.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Het meest in de Voerstreek.
Rode lijst. Zeer zeldzaam.


Wallonië: Vrij algemeen in het Maasgebied en in de Ardennen. Het meest ten zuiden van de lijn Samber en Maas. Elders zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 16, Jan Kops en F.W. van Eeden (1881)


Flora Batava, deel 16, Jan Kops en F.W. van Eeden (1881)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra