Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Witte waterranonkel - Ranunculus ololeucos

Andere namen

Frysk: Wite wetterbûterblom

English: White-flowered Buttercup

Français: Renoncule blanche

Deutsch: Reinweißer Wasserhahnenfuß

Verouderde of andere namen: Witbloemige waterranonkel

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Ranunculales

Familie: Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)

Geslacht: Ranunculus (Boterbloem)

Soort: Ranunculus ololeucos

Naamgeving (Etymologie): Ranunculus is het verkleinwoord van het Latijnse rana en betekent kikker. Ranonkels groeien vaak in of langs het water en in vochtige weiden, de plek waar veel kikkers voor komen. Ololeucos betekent geheel wit of effen licht (wit) van kleur.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Bloeimaanden: Mei. Juni en juli.

Afmeting: 15-60 cm.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Ghislain118 - CC BY-SA 3.0


Abba - CC BY-SA 2.0 FR

Wortels


Herbier Pontarlier-Marichal - CC BY-SA 2.0 FR

Stengels: Op het bovenste deel van de stengels, op bladstelen en de bloemstelen groeien verspreide, afstaande haren.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


freenatureimages.eu - Rob Felix


© Dietrich Cerff - CC BY-NC-ND 3.0


© Willem Vergoossen - CC BY-NC-ND 3.0

Bladeren: Drijvende en meestal enkele ondergedoken bladeren. De drijvende bladeren zijn donkergroen en diep gedeeld in drie slippen, die door wigvormige insnijdingen van elkaar gescheiden zijn. Ze worden duidelijk breder naar de top. Soms staan enkele bladeren tegenover elkaar. De steunblaadjes zijn over ongeveer de helft van de lengte met de bladsteel vergroeid.


Mathieu Menand - CC BY-SA 2.0 FR


freenatureimages.eu - Rob Felix


© Mark Scheepens - CC BY-NC-ND 3.0


© Willem Vergoossen - CC BY-NC-ND 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De witte kroonbladen zijn 0,7-1½ cm lang en bedekken elkaar niet of nauwelijks met de randen. De kelkbladen zijn min of meer teruggeslagen en naar de top vaak blauwachtig. De bloembodem is behaard.


Mathieu Menand - CC BY-SA 2.0 FR


Liliane Roubaudi - CC BY-SA 2.0 FR


© David Tempelman - CC0


© Mark Scheepens - CC BY-NC-ND 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De kale vruchten hebben een zijdelingse, haakvormige snavel. Tweezaadlobbig.


Abba - CC BY-SA 2.0 FR


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen, in ondiep, stilstaand, matig voedselarm tot matig voedselrijk, niet verontreinigd, kalkarm, zuur, zeer zacht, helder water, maar ook op 's zomers droogvallende plaatsen. De bodem bestaat meestal uit venig zand of zandige leem.

Groeiplaatsen: Water, waterkanten en moerassen (vennen, pas gegraven sloten, greppels, poelen, spoorsloten, ijsbaantjes, leemkuilen en veenmoerassen).

Verspreiding

Wereld: West-Europa, van Noord-Portugal tot in Noord-Duitsland en Nederland. Niet op de Britse eilanden.


gbif.org

Nederland: Zeldzaam in Noord-Brabant en zeer zeldzaam in Gelderland en Twente.
Rode lijst 2012. Bedreigd. Trend sinds 1950: sterk afgenomen. Zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer zeldzaam in de Kempen. Elders verdwenen of uiterst zeldzaam. Sterk achteruitgaand.
Rode lijst. Bedreigd.


Wallonië: Niet in Wallonië.

© 2001-2018 K.M. Dijkstra