Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Witte narcis - Narcissus poeticus

Frysk:

English: Poet's daffodil

FranÁais: Narcisse des poŤtes

Deutsch: Dichternarzisse

Synoniemen:

Familie: Amaryllidaceae (Narcisfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Narcissus was de zoon van de riviergod Cephisus en de nimf Liriope. Pseudonarcissus betekent valse of geen echte narcis (werd bekend andere al Narcis waren genoemd). Poeticus betekent van de poŽten (dichterlijk).

Kruising: Wilde narcis kan een kruising vormen met Witte narcis (Narcissus x incomparabilis)

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: April en mei.

Afmeting: 30 tot 60 cm.


Roxaneweb -
CC BY-SA 4.0


moryan22 -
CC BY-NC 4.0


k16as03 -
CC BY-NC 4.0


Carson Kephart -
CC BY-NC 4.0

Wortels: Een vrij grote, meestal meer dan 2-3 cm dikke bol.


Estonian University of Life Sciences -
CC BY-SA 4.0


Naturalis Biodiversity Center -
CC0


Naturalis Biodiversity Center -
CC0


Naturalis Biodiversity Center -
CC0

Stengels: De onbehaarde bloemstengels zijn aan de bovenkant geknikt. De stengels zijn gegroefd. Meestal draagt de stengel draagt maar ťťn bloem.


air48 -
CC BY-NC 4.0


Bella S -
CC BY-NC 4.0


Kira Marchenkova -
CC BY-NC 4.0


Viki -
CC BY-NC 4.0

Bladeren: De drie tot vijf, grijsgroene, rechtopstaande bladeren zijn breed lijnvormig, afgeplat, stomp, zwak gekield en bijna even lang als de stengel. Ze worden 20 tot 40 cm lang.


Jada Williams -
CC BY-NC 4.0


naturejunkie14 -
CC BY-NC 4.0


azurekingfisher -
CC BY-NC 4.0


huebner -
CC BY-NC 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De sterk geurende bloemen zijn meestal alleenstaand. De bloem staat horizontaal af of iets omhoog en is boven het schutblad kort gesteeld. Het schutblad is breed en langer dan de bloemsteel. De groene bloembuis is 2-3 cm lang. De schotelvormige bijkroon is bleekgeel met een rode, gefranjerde rand en is 1-3,5 mm hoog. De zes, spitse, langwerpig-eironde bloemdekslippen zijn wit. Ze staan uitgespreid en worden 1,5-3 cm lang. Ze zijn veel langer dan het schotelvormige, gekartelde, gele, aan de rand meestal roodachtige kroontje, De meeldraden zijn met het kroontje vergroeid. De meeldraden die voor de buitenste bloemdekslippen staan zijn langer. De meeldraden en de stijl zijn iets langer dan de bloemdekbuis. De stempel staat tussen de drie bovenste helmknopjes.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Daniel Pandelea -
CC BY-SA 3.0


Athena Weddle -
CC BY-NC 4.0


Stephen James McWilliam -
CC BY 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. Eenzaadlobbig.


dr PlAntoon -
CC BY-NC-ND 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op matig voedselrijke, vochthoudende grond.

Groeiplaatsen: Bossen, bergweiden, parken en stinzenmilieus.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Midden- en Zuid-Europa. Elders soms ingeburgerd, o.a. in Noord-Amerika.

Nederland: Vrij zeldzaam. Plaatselijk ingeburgerd.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam ingeburgerd.
WalloniŽ
: Zeer zeldzaam ingeburgerd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Flora Batava, deel 17, Jan Kops en F.W. van Eeden (1885)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL