Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Witte snavelbies - Rhynchospora alba

Frysk: Wyt fluen

English: White Beak-sedge

FranÁais: Rhynchospore blanc

Deutsch: WeiŖe Schnabelbinse

Synoniemen:

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Rhynchospora is afgeleid van het Griekse rhynchos (snavel) en spora (zaad), omdat de vruchtjes gesnaveld zijn. Alba betekent wit.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Helofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 15-50 cm.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Elke Freese -
CC BY-SA 3.0


Hajotthu -
CC BY-SA 3.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Wortels: Korte wortelstokken en geen of alleen maar korte uitlopers.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De stengels zijn driekantig. Witte snavelbies vormt dichte pollen.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Hajotthu -
CC BY-SA 3.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bladeren: De bladen zijn min of meer vlak of borstelvormig of gootvormig. Ze zijn 1-2 mm breed.


Elke Freese -
CC BY-SA 3.0


DymphieH -
CC BY 2.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bloemen: Tweeslachtig. De aartjes zijn 4-5 mm lang. De bloemen zitten in dichte kluwens. De aartjes bevatten steeds twee bloemen. De bovenste arenkluwen zijn ongeveer bolrond. De schutbladen zijn even lang als de aartjeskluwens. De kafjes zijn wit en worden later vaak strobruin iets roodachtig. De bloemen hebben twee meeldraden met helmknoppen van hoogstens 1Ĺ mm lang. De stempels steken nauwelijks buiten de kafjes uit.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Elke Freese -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De vrucht is een 1-2 mm lang, lensvormig nootje met een gladde snavel. Eenzaadlobbig.


Elke Freese -
CC BY-SA 3.0


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


hajotthu -
CC BY 3.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op natte, vaak 's winters overstroomde, voedselarme, zure grond (hoogveen, zand en leem).

Groeiplaatsen: Heide (natte heide, slenken in natte dopheidevelden en afgeplagde plekken), moerassen (veenmosbulten, hoogveenslenken en hoogveenpoelen) en waterkanten (verlandende oevers van heidevennen).

Verspreiding

Wereld: Koel-gematigde streken op het noordelijk halfrond, in hoofdzaak in gebieden die niet meer dan enkele honderden kilometers van zee liggen.

Nederland: Vrij zeldzaam in Drenthe, Zuidoost-Frysl‚n, Noord-Brabant en in het midden en oosten van het land.

Vlaanderen: Vrij zeldzaam in de Kempen. Elders zeer  zeldzaam.
WalloniŽ:
Zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Taschenbuch zum Pflanzenbestimmen, Prof. Dr Paul Graebner (1918)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL