Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Witte waterlelie - Nymphaea alba

Frysk: Swanneblom

English: White Water Lily

FranÁais: Nťnuphar blanc

Deutsch: WeiŖe Seerose

Synoniemen:

Familie: Nymphaeaceae (Waterleliefamilie)

Naamgeving (Etymologie): Nymphaea komt van het Griekse nymphe (waternimf). Alba betekent wit.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli en augustus.

Afmeting: 80-175 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Ekko - Public Domain


Xavier Caballť -
CC BY-SA 2.5

Wortels: Dikke wortelstokken.

Stengels: De bladstelen en de bloemstelen zijn rond met vier wijde en een aantal nauwere luchtkanalen. De bladsteel kan soms wel 3 meter lang worden, afhankelijk van de diepte van het water.


Alter welt -
GFDL


Alter welt -
GFDL


Wolfgang Moroder -
CC BY-SA 3.0


AnRo0002 -
CC0

Bladeren: Vaak zijn er alleen drijvende, min of meer ronde bladeren. Deze zijn 10-30 cm, in doorsnee, hebben een hartvormige voet en meestal een vrijwel gave rand. De bovenkant is glanzend donkergroen en de onderkant is lichtgroen of paars aangelopen. De zijnerven zijn aan de rand met elkaar verbonden en de hoofdnerven van de bladslippen van de drijvende bladeren zijn vrijwel recht. De basale bladslippen kunnen elkaar al dan niet overlappen. De drijvende bladeren zijn meer gegolfd dan die van Gele plomp.


Przykuta -
CC BY-SA 3.0


Magnus Manske -
CC BY-SA 3.0


Sfullenwider -
GFDL


Luis Miguel Bugallo SŠnchez -
CC BY-SA 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De drijvende of iets boven het water uitstekende, stervormige bloemen verschijnen na de bladeren. Ze zijn 6-20 cm. De vijftien tot vijfentwintig kroonbladen zijn wit, zelden rood en met talrijke lichtgele meeldraden. De stempelschijf is vlak met tien tot vijfentwintig groenachtig donkergele tot oranjegele, glimmende stempelstralen. De helmdraad van de middelste meeldraden is in het midden niet of nauwelijks breder dan de uiteinden (lijnvormig). Er zijn meestal vier (3-6) groene kelkbladen, die aan de basis niet verdikt zijn. De bloembasis is op doorsnede bijna rond, zonder holte tussen de bloemsteel en de rand. De bloemen zijn zelden half gesloten. Het halfonderstandig vruchtbeginsel is veelhokkig. Ze verspreiden een aangename geur.


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


Anton Ardyanto -
CC BY-SA 4.0


MOs810 -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een sponzige doosvrucht (een groene bolvormige of flesvormige besachtige vrucht met veel zaden.). De zaden zijn 2-3 mm lang en zijn zeer kortlevend (korter dan ťťn jaar). Tweezaadlobbig.


Krzysztof Ziarnek -
GFDL


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen in vrij diep, stilstaand, zelden zwak stromend, helder, matig voedselarm tot voedselrijk, zwak zuur water met een modderbodem. Zwak zoutverdragend (vrijwel alle grondsoorten behalve zeeklei).

Groeiplaatsen: Water (meren, vijvers, kanalen, diepe sloten, langzaam stromende beken en rivieren, heidevennen, luwe hoeken van grote plassen, kleine plassen, petgaten, oude rivierarmen en zand- en leemwinningsplassen).

Verspreiding

Wereld: In bijna heel Europa en op enkele verspreide plaatsen in Zuidwest-AziŽ en Noordwest-Afrika.

Nederland: Algemeen.

Vlaanderen: Vrij algemeen.
WalloniŽ: Vrij zeldzaam.

Wetenswaardigheden

Witte waterlelie werd dikwijls met watergeesten of geesten van verdronkenen in verband gebracht. De witte kleur was een symbool voor volledige reinheid. Mensen die minder kuis waren werd aangeraden het zaad en de wortelstok te eten. Later bleek deze juist een stimulerende werking te hebben en de plant heeft ook een gunstige werking op hart en nieren. Vroeger werden de planten vaak medicinaal toegepast. In sommige landen worden ze gebruikt als voedingsgewas, vroeger ook in onze streken.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 1 (1796)


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm (1796)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Noordelijke waterlelie
Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's NatŁrlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL