Wilde planten in Nederland en België

Wondklaver - Anthyllis vulneraria

Frysk: Wûnklaver

English: Kidney-vetch

Français: Anthyllide vulnéraire

Deutsch: Gewöhnlicher Wundklee

Synoniemen:

Familie: Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Klaver komt mogelijk van een Indogermaanse grondvorm glei (smeren), naar het kleverige vocht van de bloemen. Anthyllis is afgeleid van het Griekse anthos (bloem) en ioulos (dons), dus een donzige bloem. Vulneraria betekent wond helend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Kortlevend-overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m november.

Afmeting: 15-60 cm.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Isidre blanc -
CC BY-SA 4.0


Isidre blanc -
CC BY-SA 4.0

Wortels: Een penwortel.


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De stengels zijn dicht zijdeachtig behaard. De bloeistengels liggen op de grond, zijn opstijgend of staan rechtop. Soms liggen ze in een kring uitgespreid.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Isidre blanc -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De bladen zijn oneven geveerd met vijf tot zeven langgesteelde blaadjes. Ze hebben een groter, langwerpig topblaadje. De onderste zijn soms niet gedeeld. De steunblaadjes zijn met de bladsteel tot een bladschede vergroeid.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Hectonichus -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen vormen hoofdjesachtige bloeiwijzen met een handvormig gedeeld schutblad. Vaak staan twee hoofdjes opeengedrongen. De kelkbladen zijn goudgeel, maar soms rood aangelopen. Ze zijn 1,2-1½ cm en worden voor meer dan de helft door de opgeblazen, pluizige (viltige), witachtige kelk omgeven. De kelktanden hebben vaak een rode top. Alle tien meeldraden zijn tot een buis vergroeid.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten: Een doosvrucht. Meestal bevatten de vruchten maar één zaadje. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Yoan Martin -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op droge tot matig vochtige, voedselarme, kalkrijke, grazige grond (zand, mergel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Grasland (kalkgrasland en kalkhellingen), bermen, dijken (dijkgrasland), afgravingen (steengroeven), zeeduinen (strandvlakten, duinbermen, duingrasland en lage, beweide duintjes), omgewerkte grond, langs spoorwegen (spoorbermen en spoorwegterreinen), klippen, richels, en mijnsteenbergen.

Verspreiding

Wereld: In bijna heel Europa, Zuidwest-Azië en Noord-Afrika. Ingeburgerd in de Verenigde Staten en Nieuw-Zeeland.

Nederland: Vrij zeldzaam. Het meest in de duinen.

Vlaanderen: Zeldzaam. Het meest in het kustgebied en in de Maasvallei.
Wallonië:
Zeldzaam. Het meest in het Maasgebied en in Lotharingen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL