Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Zandambrosia - Ambrosia psilostachya

Frysk: Wreed moalstokje

English: Perennial Ragweed

FranÁais: Ambroisie ŗ ťpis grÍles

Deutsch: Stauden Ambrose

Synoniemen: Ambrosia coronopifolia, Ruwe ambrosia

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Ambrosia is het Griekse woord voor voedsel voor de goden, waardoor ze eeuwig zouden leven. Psilostachya komt eveneens uit het Griekse en betekent naakte of onbedekte aar.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Augustus, september en oktober.

Afmeting: 20 tot 70 cm.


Krzysztof Ziarnek -
CC BY-SA 3.0


Krzysztof Ziarnek -
GFDL


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Wortels: Aan de ver kruipende wortels groeien wortelknoppen, die vroeg in de herfst beginnen uit te lopen, maar zich pas in de volgende lente tot nieuwe planten ontwikkelen.


symbiota.math.wisc.edu - C
C0-1.0


symbiota.math.wisc.edu - C
C0-1.0


symbiota.math.wisc.edu - C
C0-1.0


symbiota.math.wisc.edu - C
C0-1.0

Stengels: De stengels zijn grijsviltig. Zandambrosia groeit in groepen.


G.-U. Tolkieh -
CC BY 2.5


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De bladeren zijn enkel geveerd, diep veervormig ingesneden en kort gesteeld of zittend.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De bloemen zijn groenachtig. De mannelijke bloemhoofdjes hebben een dicht behaard omwindsel. De omwindselbladen zijn niet of zeer klein getand.


Kenraiz -
GFDL


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Het vruchtomhulsel heeft vaak enkele zeer kleine knobbeltjes en een snavelvormige top van meestal minder dan 1 mm lengte, maar soms tot 2 mm. Er worden vaak maar weinig zaden gevormd. Tweezaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op matig voedselarme tot meestal matig voedselrijke, vaak kalkhoudende, humusarme, omgewerkte grond (zand, vaak vermengd met ander materiaal, zoals puin).

Groeiplaatsen: Zeeduinen (o.a. langs duinpaden), bermen, ruigten (voedselrijke ruigten), langs spoorwegen (spoorbermen), haventerreinen, bouwterreinen, industrieterreinen, afgravingen (zandgroeven) en soms waterkanten (zandige rivieroevers).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit de Noord-Amerikaanse prairiegebieden. Sinds 1900 ingeburgerd in Europa.

Nederland: Zeldzaam, o.a. in de Hollandse duinen. Sinds 1945 ingeburgerd.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam ingeburgerd. Vaak onbestendig.
WalloniŽ:
Verdwenen.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL