Wilde planten in Nederland en België

Zandzegge - Carex arenaria

Frysk: Dúnkram

English: Sand Sedge

Français: Laiche des sables

Deutsch: Sand-Segge

Synoniemen:

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Arenaria betekent zandig of het zand bewonend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur:Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of Geofyt.

Hoofdbloei: Mei en juni.

Afmeting: 15 tot 60 cm.


Daderot -
CC0


Daderot -
CC0


Daderot -
CC0


Franz Xaver -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Ver kruipende, weinig vertakte, verhoutende 2-3(-4) mm dikke wortelstokken. Met uitlopers.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande (na de bloei gaan ze vaak aan de top ombuigen), kale bloeistengels zijn scherp driekantig en ruw. Tijdens de bloeitijd zijn ze meestal ongeveer even lang als de bladen. Ze zijn alleen aan de voet bebladerd.

© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Augustin Roche - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Rasbak -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De stijve bladeren zijn vlak tot vaak gootvormig. Ze hebben een lange driekantige en draadvormige top, zijn 3-4 mm breed en hebben een ruwe rand. De onderste bladscheden zijn licht-, grijs- of donkerbruin en rafelen niet of slechts weinig.


David Mercier - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


bjarne_alt -
CC BY-NC 4.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De schutbladen van de onderste aren zijn vaak priemvormig en ongeveer even lang als de aar. De andere schutbladen zijn kafjesachtig. De bloeiwijze is piramidevormig en compact, maar aan de voet vaak iets losser. De variabele bloeiwijze bevat vier tot meer dan vijftien eironde aren. De topaar is soms helemaal mannelijk, maar meestal bevat deze aar ook een paar vrouwelijke bloemen. De aren in het midden bevatten vaak aan de voet (soms ook aan de top) mannelijke bloemen en daartussen (-boven) vrouwelijke. De onderste aren zijn vaak alleen vrouwelijk. Stampers met twee stempels. De vrouwelijke kafjes zijn geelachtig bruin. De eirond-lancetvormige, fijn toegespitste kafjes zijn even lang of iets korter dan de rijpe urntjes. Mannelijke bloemen met twee meeldraden.

© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Jérôme Segonds - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


http://dryades.units.it -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De langwerpig-eironde urntjes zijn gelig, generfd, breed gevleugeld en 3½-5½ mm lang. Ze zijn geleidelijk toegespitst in een spitse snavel. De vrij platte, trapeziumvormige nootjes zijn iets hoekig.


David Mercier - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


David Mercier - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


A.Poirel - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, vaak open plaatsen op droge, maar soms vrij vochtige, voedselarme, vrijwel humusloze tot humeuze, zwak zure tot kalkrijke zandgrond.

Groeiplaatsen: Heide, zeeduinen (binnenduingrasland), rivierduinen, bossen (dennenbossen op voormalig stuifzand), struwelen (Jeneverbesstruwelen), zandverstuivingen, stuifkuilen, afgravingen (zandgroeven), langs spoorwegen (spoorbermen), opgespoten grond (o.a. industrieterreinen), enigszins ruderale plaatsen, grasland (op min of meer kalkrijk rivierzand en zandkopjes in beweid schraal grasland), bermen en zanddijken.

Verspreiding

Wereld: In kustgebieden in West-Europa en in het Oostzeegebied, van Portugal tot in Zuid-Scandinavië. Meer landinwaarts hoofdzakelijk in de laagvlakte van de Kempen tot Jutland en Noord-Polen. Ook hier en daar langs rivieren in Midden-Europa.

Nederland: Algemeen in de duinen en vrij algemeen op de zandgronden in het oosten, midden en zuiden van het land en in het rivierengebied. Weinig op zeeklei.

Vlaanderen: Algemeen. Het meest in het kustgebied en in de Kempen.
Wallonië:
Zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Taschenbuch zum Pflanzenbestimmen, Prof. Dr Paul Graebner (1918)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL