Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Zeealsem - Artemisia maritima

Frysk: FliekrŻd

English: Sea Wormwood

FranÁais: Absinthe maritime

Deutsch: StrandbeifuŖ

Synoniemen: Seriphidium maritimum

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Er zijn meerdere verklaringen voor de naam. Artemisia zou kunnen afstammen van het Grieksche artemŤs (gezond), vanwege de vele geneeskrachtige eigenschappen van de soorten van dit geslacht. Een tweede mogelijkheid is dat de naam is afgeleid van de godin van geboorte en vrouwen Artemis Eileythyia (de planten werden gebruikt bij vrouwenziektes). Ook is wel geopperd dat Artemis is vernoemd naar koningin Artemisia van Halikarnassos in KariŽ, die voor haar echtgenoot een beroemd mausoleum liet bouwen. Maritima betekent van of aan de zee.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid, halfstruik.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of chamaefyt.

Bloeimaanden: Augustus, september en oktober.

Afmeting: 30 tot 60 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een korte, vertakte wortelstok.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De kruipende takken vormen bladrozetten en opstijgende bloeistengels. De stengelvoet wordt houtig. De stengels zijn grijs behaard. Vaak groeit Zeealsem in grote groepen.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Denis Barthel -
CC BY-SA 3.0


Denis Barthel -
CC BY-SA 3.0


Hans Toetenel -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De gesteelde en wollig behaarde bladeren zijn (drie-) dubbelgeveerd met lijnvormige, 1-2 mm brede, aan de top afgeronde en aan de zijranden omgekrulde slippen. Ze verspreiden een sterke geur.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemhoofdjes zijn 2-3 mm lang, eivormig, knikkend of opgericht en geel of oranjegeel van kleur. De omwindselbladen zijn witviltig. De bebladerde pluimen hebben trosvormige takken.


Molekuel -
CC BY 3.0


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


© Frank van Gessele -
CC BY 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Tweezaadlobbig.

Tracey Slotta - USDA-NRCS PLANTS Database


© J. Dolstra -
CC-BY-NC-SA-3.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochtige tot natte, zilte grond (slibhoudend zand, maar niet uitgesproken kleiig).

Groeiplaatsen: Kwelders of schorren (hoge, zandige plekken), aan de voet van zeedijken, moerassen (zoutmoerassen) en waterkanten (oeverwallen van zilte kreken).

Verspreiding

Wereld: Langs West- en Noord-Europese kusten, van Zuidwest-Frankrijk tot in het Oostzeegebied. Ook op binnenlandse zoutplekken in o.a. Duitsland.

Nederland: Vrij algemeen langs de Waddenzee en aan de Zeeuwsche kust. Elders zeer zeldzaam of ontbrekend.

Vlaanderen: Zeldzaam in het kustgebied bij het Zwin (bij Knokke) en bij Nieuwpoort (aan de IJzermonding). In de 19de eeuw ook aan de Schelde bij Doel en Liefkenshoek en in 1929 nog in de omgeving van Bredene.
WalloniŽ:
Niet in WalloniŽ.

Wetenswaardigheden

Zeealsem bevat santonine, een wormafdrijvend en insektenwerend middel. In Zeeland werd zij vroeger gedroogd en tussen het linnengoed gelegd, om de geur en de motten. Ook werd zij in hondenhokken gestrooid tegen de vlooien. Door kampeerders wordt de plant wel gebruikt om muggen buiten de tent te houden.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall. Deel 6 (1832)
Flora Batava, deel 11, Jan Kops en P. M. E. Gevers Deijnoot (1853)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 3, Johan Carl Krauss (1796)


Zee alsene
Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL