Wilde planten in Nederland en België

 Nederlandse namen   Wetenschappelijke namen 

Zeegerst - Hordeum marinum

Frysk: Seekoarn

English: Sea Barley

Français: Orge marine

Deutsch: Strand-Gerste

Synoniemen: Hordeum maritinum

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Hordeum is Oud Latijn voor Gerst. Waarschijnlijk komt Hordeum van het Griekse horreo (stijf staan of borstelig zijn), naar de ruwe kafnaalden of van het Latijnse hordus (zwaar), omdat gerstenbrood bijzonder zwaar is. Marinum betekent is van of aan de zee.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni en juli.

Afmeting: 10 tot 40 cm.


Daderot - Public Domain


Júlio Reis -
CC BY-SA 3.0


Hans Toetenel -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


/hasbrouck.asu.edu -
CC BY-SA 3.0


hasbrouck.asu.edu -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De grijsgroene tot blauwgroene stengels stijgen met een knik op. Aan de voet zijn ze rijk vertakt en bijna tot bovenaan bebladerd. In bloeiende polletjes zie je aan de voet van de bloeistengels vaak smalbladige, niet-bloeiende scheuten. Zeegerst vormt polletjes.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


bertrant.bui - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


bertrant.bui - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De bladschede en de onderste bladeren zijn zeer kort en dicht behaard. De oortjes zijn eveneens zeer kort, als ze tenminste aanwezig zijn.


Mathieu Menand - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


bertrant.bui - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


bertrant.bui - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Zoya Akulova -
CC BY-SA 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De langwerpig-eivormige aar is 4-6 cm lang en zeer dichtbloemig. De aartjes zitten meestal met drie bij elkaar. De aartjes aan de zijkanten zijn duidelijk minder ontwikkeld. Per drietal aartjes zijn vier van de zes kelkkafjes priemvormig. Alleen de binnenste kelkkafjes van de bloemen aan de zijkanten zijn aan één kant gevleugeld. De naalden staan tenslotte tamelijk wijd uit.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een graanvrucht. Eenzaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant
- CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant
- CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, vrij open plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, brakke grond (vooral op klei, maar ook op slibrijk zand). Vaak op grond die periodiek kan uitdrogen en dan een hoge concentratie zout bevat.

Groeiplaatsen: Hoge kwelders of schorren, bedijkte, maar nog niet ontzilte, beweide kwelders, zeedijken, grasland (strandweiden en zilt grasland) en op dammetjes en aan de voet van dijken.

Verspreiding

Wereld: Langs Noord-Afrikaanse en Zuid- en West-Europese kusten. Noordelijk tot in het zuidoosten van Schotland en het Nederlandse Waddengebied, maar ook nog op enkele plaatsen in Scandinavië. In Zuidwest-Azië komt de soort ook meer landinwaarts voor in zoutsteppen. Ingeburgerd in Noord-Amerika en Australië.

Nederland: Zeldzaam in het Deltagebied in Zeeland en in het Waddengebied. Zeer sterk afgenomen.

Vlaanderen: Verdwenen. Vroeger zeldzaam in het kustgebied. Na 1940 uitgestorven. De rode blokjes geven aan waar de plant vroeger is gevonden.

Wallonië: Niet in Wallonië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

© 2001-2020 K.M. Dijkstra