Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Zeegroene rus - Juncus inflexus

Frysk: Blauwe rusk

English: Hard Rush

FranÁais: Jonc glauque

Deutsch: BlaugrŁne Binse

Synoniemen: Juncus glaucus

Familie: Juncaceae (Russenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Juncus komt van het Latijnse jungere (verbinden), omdat soorten van dit geslacht werden gebruikt als bind- en vlechtmateriaal. Inflexus betekent naar binnen gebogen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m augustus.

Afmeting: 20-100(-150) cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0

Wortels: Een korte, gedrongen wortelstok.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: Dichte pollen vormend. De grijs- of blauwgroene stengels zijn stug, sterk geribd (gegroefd) en bevatten regelmatig onderbroken merg. De huidmondjes zijn onregelmatig gegroepeerd in banden, afgewisseld door stroken zonder huidmondjes.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bladeren: De stengelvoet wordt omhuld door sterk glanzende, diep bruinrode tot zwartrode bladscheden zonder bladschijf.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Aat Schaftenaar - CC BY-NC-ND 4.0


Matthieu Plaisier - CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze is vrij los en bevat veel bloemen. De bloeiwijze heeft rechtop of schuin omhoog staande takken. De bloemen hebben zes meeldraden.


Pethan -
CC BY-SA 3.0


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


HermannSchachner -
CC0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. De vruchten zijn bruin tot bruinzwart en hebben een afgeronde en dus niet ingedeukte top. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Isidre blanc -
CC BY-SA 4.0


Isidre blanc -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, kalkrijke, minerale en vaak zwaardere, meestal verstoorde grond. Ook in brak milieu (klei, mergel, leem en duinzand).

Groeiplaatsen: Grasland (niet te intensief beweid grasland), bermen, waterkanten (langs sloten, vijvers, drinkpoelen, beken, poeltjes en kreken), afgravingen (klei-, kalk-, leem- en schelpkalkgroeven), kapvlakten en zeeduinen (duinvalleien, voormalige strandvlakten).

Verspreiding

Wereld: In Zuidwest- en Midden-AziŽ, Noordwest-Afrika, op enige eilanden in de Atlantische Oceaan en in Europa. Noordelijk tot in Zuid-Schotland en Zuid-Zweden. Ook hier en daar in de tropen, b.v. op Sri Lanka en Java en in het zuidoosten van Afrika. Ingeburgerd in Nieuw-Zeeland, AustraliŽ en in het oostelijke deel van Noord-Amerika.

Nederland: Vrij algemeen, maar veel zeldzamer in het noordoosten, oosten, op de Veluwe en in Noord-Brabant.

Vlaanderen: Vrij algemeen.
WalloniŽ:
Vrij algemeen, maar veel zeldzamer in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL