Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Zilte greppelrus - Juncus ranarius

Frysk: Brakke sparjerusk

English: Frog Rush

FranÁais: Jonc des grenouilles

Deutsch: Frosch-Binse

Synoniemen: Juncus ambiguus, Juncus bufonius subsp. ambiguus, Juncus bufonius subsp. ranarius

Familie: Juncaceae (Russenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Juncus komt van het Latijnse jungere (verbinden), omdat soorten van dit geslacht werden gebruikt als bind- en vlechtmateriaal. Ambiguus betekent twijfelachtig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 5 tot 80 cm.

© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


AfroBrazilian -
CC BY-SA 3.0


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Valerio Lazzeri -
CC BY-NC-ND 4.0

Wortels


web.corral.tacc.utexas.edu -
CC0-1.0


bisque.cyverse.org -
CC BY-NC 3.0


web.corral.tacc.utexas.edu -
CC0-1.0


web.corral.tacc.utexas.edu -
CC0-1.0

Stengels en bladeren: De stengels zijn vaak wat gedrongen en aan de voet dikwijls rood aangelopen. Meestal zijn ze rond. Ze staan opgericht of zijn vaak opstijgend tot min of meer liggend.


Giorgio Faggi -
CC BY-NC-ND 4.0


Giorgio Faggi -
CC BY-NC-ND 4.0


Giorgio Faggi -
CC BY-NC-ND 4.0


Giorgio Faggi -
CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Een deel van de bloemen zitten meestal in groepjes van twee of drie bij elkaar, maar niet precies op dezelfde hoogte. De bloemdekbladen zijn donkerbruin, of heel soms lichtbruin, met een groene middenstreep. Ze zijn 2Ĺ-3 mm lang. De binnenste bloemdekbladen zijn stomp en ongeveer even lang als de vrucht. De helmknop is twee tot drie keer zo lang als de helmdraad. De stijl(zonder de stempels) is ongeveer even lang als het vruchtbeginsel.


Giorgio Faggi -
CC BY-NC-ND 4.0


Rutger Barendse - freenatureimages.eu


Giorgio Faggi -
CC BY-NC-ND 4.0


Giorgio Faggi -
CC BY-NC-ND 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. De vruchtkleppen zijn bovenaan afgeknot. Van de stijl blijft slechts een zeer klein puntje op de top van de vrucht over. Eenzaadlobbig.


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Valerio Lazzeri -
CC BY-NC-ND 4.0


Valerio Lazzeri -
CC BY-NC-ND 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op drooggevallen, maar natte, voedselrijke, meestal brakke tot zilte, verdichte grond (zand en klei).

Groeiplaatsen: Zeeduinen (recent afgesloten strandvlakten, duinvalleien en oevers van nieuw gegraven duinplassen), kwelders of schorren (hoge kwelders en ingedijkte kwelders), waterkanten (o.a. langs veedrinkputten, kreken en sloten), grasland (pas ingedijkte polders, tijdelijk overstroomde laagten in grasland en droogvallende weilandgreppels) en opgespoten grond.

Verspreiding

Wereld: Koel-gematigde streken op het noordelijk halfrond.

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen in het kustgebied en in Zeeland en zeldzaam in het rivierengebied en in het IJsselmeergebied. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Zeldzaam. Het meest  in het kustgebied.
WalloniŽ: Zeer zeldzaam.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL