Wilde planten in Nederland en België

Zilte greppelrus - Juncus ranarius

Frysk: Brakke sparjerusk

English: Frog Rush

Français: Jonc des grenouilles

Deutsch: Frosch-Binse

Synoniemen: Juncus ambiguus, Juncus bufonius subsp. ambiguus, Juncus bufonius subsp. ranarius

Familie: Juncaceae (Russenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Juncus komt van het Latijnse jungere (verbinden), omdat soorten van dit geslacht werden gebruikt als bind- en vlechtmateriaal. Ambiguus betekent twijfelachtig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m november.

Afmeting: 3-35 cm.

© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


AfroBrazilian - CC BY-SA 3.0


Kristian Peters - CC BY-SA 3.0


Valerio Lazzeri - CC BY-NC-ND 4.0

Wortels


web.corral.tacc.utexas.edu -
CC0-1.0


bisque.cyverse.org -
CC BY-NC 3.0


web.corral.tacc.utexas.edu -
CC0-1.0


web.corral.tacc.utexas.edu -
CC0-1.0

Stengels: De stengels zijn vaak wat gedrongen en aan de voet dikwijls rood aangelopen. Meestal zijn ze rond. Ze staan opgericht of zijn vaak opstijgend tot min of meer liggend.


Giorgio Faggi - CC BY-NC-ND 4.0


Giorgio Faggi - CC BY-NC-ND 4.0


Giorgio Faggi - CC BY-NC-ND 4.0


Giorgio Faggi - CC BY-NC-ND 4.0

Bladeren: De bladen zijn 0,5-1,5 mm breed.


Georgy Vinogradov - CC BY 4.0


Georgy Vinogradov - CC BY 4.0


Sean Blaney - CC BY-NC 4.0


Вячеслав Юсупов - CC BY-NC 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Een deel van de bloemen zitten meestal in groepjes van twee of drie bij elkaar, maar niet precies op dezelfde hoogte. De bloemdekbladen zijn donkerbruin, of heel soms lichtbruin, met een groene middenstreep. Ze zijn 2½-3 mm lang. De binnenste bloemdekbladen met een afgeronde of soms kortstekelpuntige top. Ze zijn ongeveer even lang als (iets korter tot iets langer dan) de vrucht. Bloemdekbladen meestal zonder of zelden met bruine stroken. De helmknop is (0,2-)0,4-1,2 mm lang en korter of even lang als de helmdraad. De stijl (zonder de stempels) is ongeveer even lang als het vruchtbeginsel.


Giorgio Faggi - CC BY-NC-ND 4.0


Rutger Barendse - freenatureimages.eu


Giorgio Faggi - CC BY-NC-ND 4.0


Giorgio Faggi - CC BY-NC-ND 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. De vruchtkleppen zijn bovenaan afgeknot. Van de stijl blijft slechts een zeer klein puntje op de top van de vrucht over. De zaden zijn vrijwel glad of met met een heel fijne netvormige structuur (alleen te zien met een sterke loep). Eenzaadlobbig.


Kristian Peters - CC BY-SA 3.0


Valerio Lazzeri - CC BY-NC-ND 4.0


Valerio Lazzeri - CC BY-NC-ND 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op drooggevallen, maar natte, voedselrijke, meestal brakke tot zilte, verdichte grond (zand en klei).

Groeiplaatsen: Zeeduinen (recent afgesloten strandvlakten, duinvalleien en oevers van nieuw gegraven duinplassen), kwelders of schorren (hoge kwelders en ingedijkte kwelders), waterkanten (o.a. langs veedrinkputten, kreken en sloten), grasland (pas ingedijkte polders, tijdelijk overstroomde laagten in grasland en droogvallende weilandgreppels) en opgespoten grond.

Verspreiding

Wereld: Koel-gematigde streken op het noordelijk halfrond.

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen in het kustgebied en in Zeeland en zeldzaam in het rivierengebied en in het IJsselmeergebied. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Zeldzaam. Het meest in het kustgebied.
Wallonië: Zeer zeldzaam.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL