Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Zilte rus - Juncus gerardii

Frysk: Knopharre

English: Saltmarsh Rush

FranÁais: Jonc de Gťrard

Deutsch: Salz-Binse

Synoniemen:

Familie: Juncaceae (Russenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Juncus komt van het Latijnse jungere (verbinden), omdat soorten van dit geslacht werden gebruikt als bind- en vlechtmateriaal. Gerardii is genoemd naar de Franse botanist en arts Louis Gerard (1733-1819).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 5 tot 80 cm.


Daderot - Public Domain


Daderot -
CC0


Daderot -
CC0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De stengels zijn meestal donkergroen. De opgerichte bloeistengels zijn min of meer rolrond en in de onderste helft bebladerd. Zilte rus vormt polletjes, rijen of matten.


Matti Virtala -
CC0


Petr Filippov -
CC BY-SA 3.0


Hans Toetenel -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De bladschede is bruin, buisvormig en omhult de stengel. De bladschijf is grasachtig en wordt tot 2 mm breed.


Daderot -
CC0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Mathieu Menand - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien in een vrij dichte tot ijle bloeiwijze met een vrij kort schutblad. De bloemdekbladen zijn meestal donkerbruin en ongeveer 3 mm lang. De helmknoppen zijn ongeveer drie keer zo lang als de helmdraden. De stijl is minstens zo lang als het vruchtbeginsel.


Liliane Roubaudi -
CC BY-SA 2.0 FR


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een doosvrucht. De vruchten zijn donkerbruin met een groene middenstreep. Ze zijn 2Ĺ-3 mm lang en nauwelijks langer dan de bloemdekbladen. De zaden worden meer dan een Ĺ mm lang. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Kenraiz -
GFDL


Hurd, E.G., S. Goodrich, en N.L. Shaw - Public Domain


FranÁoise Madic - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochtige tot natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, brakke tot zilte grond (slib- of humushoudend zand, zavel en niet te zware klei). Zelden in zoet milieu (hier alleen op open plekken).

Groeiplaatsen: Hoge kwelders (schorren), zeeduinen (strandvlakten, duinvalleien, laag duinweiland, o.a. in karrensporen en op uitgegraven of afgeplagde plekken), waterkanten (zilte slootkanten en langs drinkpoelen) en grasland (zilte laagten in weiland).

Verspreiding

Wereld: Gematigde streken op het noordelijk halfrond, maar niet in het oosten van AziŽ. In Europa van Noord-ScandinaviŽ tot in Zuid-ItaliŽ, maar de soort ontbreekt voor een groot deel in Spanje en Portuigal. Ook in steppegebieden, tot in Centraal-AziŽ.

Nederland: Algemeen in een brede kuststrook.

Vlaanderen: Vrij algemeen in het kustgebied. Elders zeer zeldzaam.
WalloniŽ:
Niet in WalloniŽ.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL