Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Zilte waterranonkel - Ranunculus baudotii

Frysk: See-wetterbŻterblom

English: Brackish Water-crowfoot

FranÁais: Renoncule de Baudot

Deutsch: Salz-Wasser-HahnenfuŖ

Synoniemen: Batrachium baudotii, Ranuculus peltatus ssp. baudotii, Raninculus confusus

Familie: Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Ranunculus is het verkleinwoord van het Latijnse rana (kikker). Ranonkels groeien vaak in of langs het water en in vochtige weiden, de plek waar veel kikkers voor komen. Baudotii is vernoemd naar de ontdekker van de plant: de Baudot van Saarburg.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend, maar soms eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli en augustus.

Afmeting: 15 tot 80 cm.

© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl

© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De stengels zijn kort, maar soms vrij lang, maar zelden langer dan 1 meter. De bloemsteel is dik en gekromd.

© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl

© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Hervť GoŽou - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: Enige drijvende en veel meer ondergedoken bladeren. De drijvende bladeren zijn gespleten in meestal drie, maar soms vijf slippen, die zich naar de top sterk verbreden. De ondergedoken bladeren zijn veel sterker ingesneden met geelgroene, stijve slippen, die buiten het water niet samenvallen (hoogstens met de top samenkleven). Overgangsbladeren hebben geen draadvormige slippen. De steunblaadjes zijn over ongeveer de helft van de lengte met de bladsteel vergroeid. Op drooggevallen plaatsen met korte, iets afgeplatte slippen.


Hans Toetenel -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Hervť GoŽou - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Pierre Papleux - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De witte kroonbladen zijn 0,6-1 cm. Ze hebben een gele voet en bedekken elkaar meestal met de randen. De kelkbladen zijn geelachtig groen, al of niet blauwpaars aangelopen. De bloembodem is behaard en is na de bloei iets hoger dan breed.

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De vruchthoofdjes zijn langwerpig. De veertig tot honderd (zelden minder) vruchtjes per bloem zijn aan de binnenkant en soms ook aan de top smal gevleugeld. Tweezaadlobbig.


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen, in ondiep, voedselrijk, zeer hard, meestal brak, soms zoet, stilstaand water, met een minerale of licht organische bodem van zeeklei of duinzand. De standplaatsen kunnen tijdelijk droogvallen.

Groeiplaatsen: Water (brakwatersloten, plassen, kanalen, soms in drinkpoelen, slootjes in weidegebieden en jonge duinplassen).

Verspreiding

Wereld: In de kustgebieden in Europa, behalve in de poolstreken. Ook in Marokko. Het meest in West- en Midden-Europa. In Midden-Europa op een paar ver uiteengelegen plaatsen op zoutplekken.

Nederland: Vrij zeldzaam in het kustgebied.

Vlaanderen: Zeldzaam in het kustgebied.
WalloniŽ
Niet in WalloniŽ.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL