Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Zilverschoon - Potentilla anserina

Frysk: SulverblÍd

English: Silverweed

FranÁais: Potentille des oies

Deutsch: Gšnse-Fingerkraut

Synoniemen: Argentina anserina subsp. anserina

Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Potentilla komt van het Latijnse potens (krachtig). Dit vanwege de geneeskrachtige werking. Anserina betekent van ganzen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli en augustus.

Afmeting: 5 tot 80 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Worteldiepte tot 10 cm.


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


symbiota.math.wisc.edu -
CC0-1.0


symbiota.math.wisc.edu -
CC0-1.0


/symbiota.math.wisc.edu -
CC0-1.0

Stengels: De lange, kruipende stengels zijn vaak roodachtig. Ze wortelen op de knopen (bovengrondse uitlopers).


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Hedwig Storch -
CC BY-SA 3.0


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Rasbak -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De afgebroken geveerde bladeren zijn 5-25 cm lang, met tot meer dan 20 grote, scherp gezaagde deelblaadjes. Van onderen en vaak ook van boven zijn ze zilverig, zijdeachtig behaard. Tussen de grote deelblaadjes zie je kleine deelblaadjes.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De gele, 1Ĺ-3 cm grote bloemen groeien op een behaarde, lange steel, die ook na de bloei rechtop staat. De vijf kroonbladen zijn eivormig en aan de top afgerond. Ze zijn twee keer zo lang als de kelk met de vijf kelkbladen en de vijf kelkslippen (bijkelk). Er zijn veel meeldraden en eveneens veel vruchtbeginsels.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


TipFox -
CC BY-SA 4.0


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn kortlevend (ťťn tot vijf jaar). Tweezaadlobbig.

Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


© Malcolm Storey
- bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey
- bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, vaak open plaatsen op natte tot vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, zwak zure tot kalkhoudende en vaak verstoorde of verdichte grond. Ook op brakke en zilte grond (alle grondsoorten, behalve hoogveen).

Groeiplaatsen: Akkers (o.a. maisvelden), tuinen, omgewerkte grond, braakliggende grond, opgespoten grond, zeeduinen (duinvalleien), kwelders of schorren (kwelderranden en kleiige laagten op strandvlakten), grasland (grasvelden), bermen, dijken, karrensporen, waterkanten (aanspoelselgordels, afgetrapte oevers en langs kreken en drinkpoelen in het kustgebied), puin, ruderale plaatsen, stortterreinen), uiterwaarden en afgravingen (leem- en kleiafgroeven).

Verspreiding

Wereld: In Europa, AziŽ, AustraliŽ, Noord-Amerika en Chili. Vanuit Europa is de soort ingevoerd in andere werelddelen.

Nederland: Algemeen.

Vlaanderen: Algemeen.
WalloniŽ:
Algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 4, Jan Kops (1822)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 1 (1796)


Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Kršuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL