Wilde planten in Nederland en België

Zinklepelblad - Cochlearia pyrenaica

Frysk:

English: Pyrenean Scurvygrass

Français: Cranson des Pyrénées

Deutsch: Pyrenäen-Löffelkraut

Synoniemen: Cochlearia officinalis subsp. alpina, Cochlearia officinalis subsp. pyrenaica, Berglepelblad

Familie: Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De Nederlandse naam is ontleend aan de vorm van de bladen. Cochlearia komt uit het Latijn (cochlear) en betekent lepel. Pyrenaica verwijst naar de Pyreneeën.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni en juli.

Afmeting: 10 tot 40 cm hoog.


Bernd Haynold -
CC BY 2.5


Bernd Haynold -
CC BY 2.5


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels


Jean-François Gaffard - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bladeren: De rozetbladen zijn niervormig met een hartvormige voet. De stengelbladeren zijn eirond-elliptisch .


Alain Bigou - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Mathieu Menand - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Marie-France Petibon - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bloemen: Tweeslachtig. De witte bloemen zijn 0,9 tot 1,2 cm.


Bernd Haynold -
CC BY 2.5


Bernd Haynold -
CC BY 2.5


Mathieu Menand - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Jean-François Gaffard - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een doosvrucht. De spoelvormige hauwtjes lopen aan de voet en aan de top spits toe. Tweezaadlobbig.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op natte, mineraalrijke, zinkhoudende of kalkrijke grond. Ook op stenige plaatsen.

Groeiplaatsen: Bossen (natte bospaden), brongebieden, waterkanten (beekoevers) en rotsrichels.

Verspreiding

Wereld: Middelgebergten in West- en Midden-Europa. Ook in Ierland en Groot-Brittannië.

Nederland: Niet in Nederland.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.
Wallonië:
Zeer zeldzaam.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL