Wilde planten in Nederland en België

Zomerklokje - Leucojum aestivum

Frysk: Neakende famkes

English: Summer Snowflake

Français: Nivéole d'été

Deutsch: Sommer-Knotenblume

Synoniemen:

Familie: Amaryllidaceae (Narcisfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Leucojum is afgeleid van het Griekse leucos (wit) en ion (viool), dus een witte viool. Aestivum betekent zomers.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: April, mei en juni.

Afmeting: 30 tot 60 cm.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 3.0 at


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 3.0 at


Aticank -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 3.0 at

Wortels: Een eironde, tot meer dan 3 cm dikke bol. Worteldiepte tot 50 cm.


Giuliano Campus -
CC BY-NC-ND 4.0


Giuliano Campus -
CC BY-NC-ND 4.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: Onbehaarde bloemstelen met twee vleugels (samengedrukt tweekantig). Zomerklokje groeit in pollen of in groepen.


Dezidor -
CC BY 3.0


Malcolm Gin -
CC BY-SA 3.0


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0


Benjamin Zwittnig -
CC BY 2.5 si

Bladeren: De drie tot zeven heldergroene bladeren zijn bandvormig. Ze zijn 0,7-2 cm breed en bijna net zo lang als of vaak langer dan de bloemstelen.


James Steakley -
CC BY-SA 3.0


Nico1a2b3 -
CC BY-SA 4.0


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De witte, (onder de top met een groene vlek) knikkende bloemen groeien met twee tot zeven (zelden tot negen) bij elkaar in losse schermen. Ze zijn klokvormig en worden 1,3-2,2 cm lang. De bloemstelen zijn ongelijk van lengte, de langste is langer zijn dan de schede. De grote schede is eenkleppig, lancetvormig en vliezig. De zes bloemdekbladen zijn breed- langwerpig, plotseling samengetrokken in een stompe top. De meeldraden zijn ongeveer half zo lang als het bloemdek. De helmdraden zijn korter dan de helmknopjes. De stijl is aan de top zwak knotsvormig.


Hamon JP -
CC BY-SA 3.0


Charlesjsharp -
CC BY-SA 3.0


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0


Kenpei -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een grote, bijna bolronde e4n vlezige doosvrucht. Ze bevatten maar weinig zwarte zaden. Deze zijn bolrond, glanzend zwart en worden tot meer dan een ½ cm groot en zonder aanhangsel. Eenzaadlobbig.


Liliane Pessotto - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Sylvain Piry - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Сергей -
CC BY-NC 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, soms licht beschaduwde, warme plaatsen op natte, neutrale, matig voedselrijke tot voedselrijke, stikstofrijke, humeuze grond (meestal klei, vaak wat venig of soms leem, zand of zavel).

Groeiplaatsen: Grasland (moerassig grasland, riviergrasland, venig boezemland, zowel hooiland als hooiweiden), moerassen (buitendijks rietland), waterkanten (oeverruigten langs beken en rivieren) en wilgengrienden.

Verspreiding

Wereld: West-, Midden- en Zuid-Europa en Zuidwest-Azië. Noordelijk tot in Nederland en Groot-Brittannië. Ingeburgerd o.a. in Noord-Amerika.

Nederland: Zeldzaam. Ook verwilderd vanuit tuinen. Afgenomen.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam in het dal van de Grote Nete en Kleine Nete, bij Waregem en in Klein-Brabant. Vroeger ook langs de Schelde bij Antwerpen. Zeer sterk afgenomen.
Wallonië:
Zeer zeldzaam in de Scheldevallei.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL