Wilde planten in Nederland en België

Zomerschroeforchis - Spiranthes aestivalis

Frysk:

English: Summer Lady's tresses

Français: Spiranthe d'été

Deutsch: Sommer-Wendelähre

Synoniemen:

Familie: Orchidaceae (Orchideeënfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Spiranthes komt van het Griekse speira (spiraal) en anthos (bloem), om de om haar eigen as gewonden bloeiwijze. Aestivalis betekent in de zomer bloeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m augustus.

Afmeting: 10-40 cm.


Felix Riegel -
CC BY-NC 4.0


Benjamin Zwittnig -
CC BY 2.5 si


Paul Fabre - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Oleg Kosterin -
CC BY 4.0

Wortels: Er zijn meestal drie of vier spilvormige, verlengde, vlezige en vuilwitte knollen met vrij dikke bijwortels.


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De slanke bloeistengel groeit vanuit het midden van het bladrozet. De stengel is meestal wat heen-en-weergebogen, kantig, gegroefd of bijna rolrond, boven iets klierachtig, bebladerd en met aan de voet enige bruine, toegespitste scheden. De stengel bloeit uit de spruit van hetzelfde jaar.


Jeremy Barker -
CC BY-NC 4.0


Benjamin Zwittnig -
CC BY 2.5 si


Benjamin Zwittnig -
CC BY 2.5 si


Thierry Pernot - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De geelgroene bladeren (meestal twee of drie) hebben een schedevormende voet en vormen een rozet. De bladen zijn geelgroen, meestal vijf- tot zevennervig, lijn- of lijnlancetvormig en stomp. Aan de stengel zie je één of twee bladen. Die hogere bladen zijn kleiner en de bovenste schutbladachtig.


Carlo Cibei -
CC BY-NC-ND 4.0


Carlo Cibei -
CC BY-NC-ND 4.0


Oleg Kosterin -
CC BY 4.0


SCN Gorosti -
CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De schutbladen zijn langwerpig-lancetvormig tot lancetvormig, gootvormig, lichtgroen, vijf- of drienervig en even lang als de bloemen. De vrijwel niet geurende bloemen zijn in een losse aar in een spiraal gerangschikt (in één rij rond de stengel). De 7-8 mm grote bloemen zijn wit met een groene adering. De binnenste twee bloemdekbladen zijn korter dan de buitenste. De egaal witte lip is langwerpig-eirond, bovenaan cirkelvormig verbreed en fijn gekarteld. Het vruchtbeginsel is verlengd-spilvormig, groen, meestal alleen boven klierachtig. De stempelzuil is groen, de stempelholte aan de rand kaal.


Concha Agero -
CC BY-SA 4.0


Benjamin Zwittnig -
CC BY 2.5 si


Benjamin Zwittnig -
CC BY 2.5 si


John de Vos - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een doosvrucht met zeer fijne zaden. Tweezaadlobbig.


Oleg Kosterin -
CC BY 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, ijl begroeide tot grazige plaatsen op vochtige tot natte, voedselarme, zwak zure tot vaak iets kalkhoudende, neutrale tot basische grond (veen en humeus zand).

Groeiplaatsen: Heide (moerassige tot vochtige plaatsen) en grasland (heischraal grasland, blauwgrasland en beekdalgrasland). Elders ook in zeeduinen (duinvalleien).

Verspreiding

Wereld: In Zuidwest-en Midden-Europa. Vroeger noordelijk tot in Nederland.

Nederland: Verdwenen. Vroeger in het oosten van Noord-Brabant en in het westen van Midden-Limburg. Voor het laatst gevonden in 1936.

Vlaanderen: Verdwenen. Vroeger bij Genk, Beverst en Neeroeteren. Voor het laatst gevonden in 1954.
Wallonië:
Niet in Wallonië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 21, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1901)


Groot Standelcruyt??
Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Die Orchidaceen Deutschlands, Deutsch-Oesterreichs und der Schweiz, M. Schulze (1894)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL