Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Zuurbes - Berberis vulgaris

Frysk: Soerbei

English: Barberry

FranÁais: Epine vinette

Deutsch: GewŲhnliche Berberitze

Synoniemen:

Familie: Berberidaceae (Berberisfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Berberis is mogelijk afgeleid van het Griekse berberi (parelmossel). Wellicht is de plant zo genoemd naar de komvormig gewelfde bloemdekbladen die de helmknoppen en de stempel beschermen. Volgens anderen is berberis afgeleid van Barbaris, een Arabisch woord voor de plant. Vulgaris betekent gewoon.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik

Winterknoppen: Fanerofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.

Afmeting: 1 tot 4 meter.


Famartin -
CC BY-SA 4.0


Arnstein RÝnning -
CC BY-SA 3.0


Bjoertvedt -
CC BY-SA 3.0


Karl Gruber -
CC BY-SA 3.0

Takken: De lange takken zijn min of meer boogvormig, bruin of geelachtig en meestal met driedelige dorens. In de oksels groeien korte zijtakjes met een groepje bladeren, die uitlopen in een overhangende tros. In het jaar na de bloei groeien de zijtakjes uit tot lange takken.


Gerhard Koller -
CC BY-SA 3.0


MurielBendel -
CC BY-SA 4.0


Benjamin Zwittnig -
CC BY 2.5 si


Borealis55 -
CC0

Bladeren: De blauwgroene bladeren zijn 2-6 cm. Ze zijn langwerpig omgekeerd eirond, gezaagdof getand en aan de voet in een korte steel versmald. Aan korte driedoornige takjes staan ze dicht bijeen. Er zijn geen steunblaadjes.


Griensteidl -
CC BY-SA 3.0


AfroBrazilian -
CC BY-SA 4.0


Benjamin Zwittnig -
CC BY 2.5 si


Benjamin Zwittnig -
CC BY 2.5 si

Bloemen: Tweeslachtig. Hangende, 3-6 cm lange trossen, die tegenover elkaar staan of in kransen van drie groeien, met zeer kleine schutblaadjes aan de voet van de bloemsteel. De 6-8 mm grote, sterk geurende bloemen zijn heldergeel en met zes meeldraden en ťťn stamper.


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0


MurielBendel -
CC BY-SA 4.0


Molekuel -
CC BY 3.0


Steinsplitter -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: De eetbare, maar zure, langwerpige bessen zijn oranjerood en bevatten twee zaden. Tweezaadlobbig.


Danny Steven S. -
CC BY-SA 3.0


Lazaregagnidze -
CC BY-SA 3.0


Roger Mladek -
CC BY-SA 3.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op droge tot vochthoudende, kalkrijke, vrij voedselarme grond. In zuidelijker streken ook op kalkarme plaatsen (mergel, duinzand en rotsachtige plaatsen).

Groeiplaatsen: Zeeduinen (duinstruwelen), bossen (lichtrijke plaatsen), bosranden, struwelen, heggen en steile kalkhellingen (struwelen).

Verspreiding

Wereld: In Zuidwest-AziŽ en Europa, behalve in het noorden van ScandinaviŽ en in het oostelijke Middellandse Zeegebied. Oostelijk tot bij de Kaspische Zee. Ingeburgerd in o.a. Nieuw-Zeeland en Noord-Amerika.

Nederland: Vrij zeldzaam, maar plaatselijk vrij algemeen in de Zeeuwse en Hollandse duinen (van Texel tot Walcheren) en in Zuid-Limburg.

Vlaanderen: Zeldzaam. Het meest  in de Voerstreek, in de omgeving van de Sint Pietersberg en in de duien. Elders vrijwel alleen verwilderd.
WalloniŽ:
Vrij algemeen in het Maasgebied. Elders veel  zeldzamer en dan ook nog vaak verwilderd.

Wetenswaardigheden

Het hout en de wortels zijn geel door berberidine, dat als verfstof voor textiel en leer en ook als geneesmiddel tegen spijsverteringsstoornissen en verstoppingen gebruikt kan worden. Het harde hout wordt gebruikt voor inleg- en draaiwerk. De rode bessen zijn wrang, maar eetbaar en rijk aan vitamine C. Ze zijn geschikt voor het maken van limonade, gelei of jam. De bladeren kun je aan salades toevoegen of je kunt er vlees mee kruiden. In tuinen komen veel soorten en variŽteiten van de Berberis voor, waaronder een variŽteit van Zuurbes met purperkleurige bladeren.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 1 (1796)


Cruijdeboek, deel 6, Rembert Dodoens. Van der boomen, haghen, ende alle houtachtighe gewassen, en van huerder vruchten, gummen ende sapen ondersceet, fatsoen, naem, natuere, cracht ende werkinghe (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Kršuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL