Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Zwarte nachtschade, Beklierde nachtschade - Solanum nigrum

Andere namen

Frysk: Hûnebei, Klierige hûnebei

English: Black nightshade, Green Nightshade

Français: Morelle noire, Morelle de Schultes

Deutsch: Schwarzer Nachtschatten, Haariger Schwarzer Nachtschatten

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Solanales

Familie: Solanaceae (Nachtschadefamilie)

Geslacht: Solanum (Nachtschade)

Soort: Solanum nigrum

Naamgeving (Etymologie): Zwarte verwijst naar de zwarte bes en nachtschade komt van het Middeleeuwse woord nachtschaduwe. Vroeger dacht men dat de plant nachtmerries verdreef. Solanum is afgeleid van het Latijnse solari, dat pijnstillen of kalmeren betekent. Enkele soorten van dit geslacht hebben een pijnstillende werking. Nigrum betekent zwart. Schultesii is vernoemd naar de plantkundige Richard Evans Schultes uit de Verenigde Staten (1915-2001).

Ondersoorten: Er worden bij ons twee ondersoorten onderscheiden: Zwarte nachtschade (Solanum nigrum ssp. nigrum) en Beklierde nachtschade (Solanum nigrum ssp. schultesii).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: Zwarte nachtschade: 5-60 cm.
Beklierde nachtschade: 5-50 cm.

Zwarte nachtschade


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0


Mark Marathon - CC BY-SA 4.0


AnRo0002 - CC0

Beklierde nachtschade


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Benjamin Zwittnig - CC BY 2.5 si

Wortels: Een stevig wortelstelsel met hoofd- en bijwortels.


herbariaunited.org


/herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Zwarte nachtschade: De rechtopstaande tot uitgespreide stengels zijn vaak bossig vertakt en zwart aangelopen. Ze zijn kantig, kaal of zwak behaard. De jongere delen zijn behaard met aanliggende, naar boven gekromde haren. Er zijn geen lange klierharen, maar wel kleine, vrijwel zittende klieren.
Beklierde nachtschade: De rechtopstaande of uitgespreide stengels zijn kantig, maar minder kantig dan die van Zwarte nachtschade. Ze zijn dicht behaard met lange, afstaande klierharen en gewone haren.

Zwarte nachtschade

Beklierde nachtschade


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bladeren: Zwarte nachtschade: De verspreidstaande, eironde tot langwerpige bladeren hebben een gave rand. Ze zijn bochtig getand of regelmatig grof getand, gesteeld en vrijwel kaal.
Beklierde nachtschade: De eironde tot lancetvormige bladeren zijn bijna steeds regelmatig grof getand, zelden met alleen een bochtige rand (sterker getand dan Zwarte nachtschade). Meestal dicht behaard, maar later kunnen ze kaal worden.

Zwarte nachtschade


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Harry Rose - CC BY 2.0


Harry Rose - CC BY 2.0

Beklierde nachtschade


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Zwarte nachtschade: Tweeslachtig. De gesteelde, witte bloemen zitten met vier tot tien bijeen. Ze zijn 1-1,4 cm. De vijf kroonslippen staan af of zijn teruggeslagen. De helmknoppen zijn geel. De kelk (met vijf kelktanden) is 1-3 mm lang en is na de bloei niet of nauwelijks vergroot. Er zijn vijf meeldraden en een bovenstandig vruchtbeginsel met een stijl met twee stempels.
Beklierde nachtschade: De kort gesteelde, witte bloemen groeien met vijf tot tien bij elkaar. De kroonslippen staan af of zijn teruggeslagen. De helmknoppenzijn geel. De kelk is 1-3 mm lang.

Zwarte nachtschade


Harry Rose - CC BY 2.0


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Beklierde nachtschade


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een bes. De glanzende bessen zijn zwart, maar blijven lang groen. Ze worden 0,6-1 cm breed. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.

Zwarte nachtschade


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Beklierde nachtschade


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, zelden licht beschaduwde, open plaatsen (pionier) op vochtige tot droge, voedselrijke tot zeer voedselrijke grond (alle grondsoorten).

Groeiplaatsen: Moestuinen, akkers (vooral hakvrucht- en maisakkers), bermen, omgewerkte grond, braakliggende grond, stortterreinen, bij persvoerbulten en mesthopen, grasland (overbemest weiland), kapvlakten, zeeduinen (langs duinpaden, die bedekt zijn met houtsnippers en stro), plantsoenen, struwelen (o.a. Jeneverbesstruweel), waterkanten (drooggevallen oevers van rivieren) en aanspoelselgordels), aan de voet van muren en tussen straatstenen.

Verspreiding

Wereld: Zwarte nachtschade: Oorspronkelijk uit Zuid- en Oost-Europa, oostelijk tot de Krim, de Kaukasus en Armenië. Op een aantal plaatsen ingeburgerd elders in Europa.
Beklierde nachtschade: Oorspronkelijk uit Europa en Azië. Nu overal in gematigde streken en ook in verschillende tropische gebieden

.Zwarte nachtschade

gbif.org

Beklierde nachtschade

gbif.org

Nederland: Zwarte nachtschade: Zeer algemeen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Al voor 1500 ingevoerd (archeofyt).
Beklierde nachtschade: Vrij algemeen ingeburgerd in stedelijke gebieden en langs de Rijn en de Waal. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Ingeburgerd tussen 1900 en 1924.


Zwarte nachtschade
Verspreidingsatlas.nl


Beklierde nachtschade
Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zwarte nachtschade: Zeer algemeen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.
Beklierde nachtschade: Waarschijnlijk alleen adventief, maar mogelijk plaatselijk ingeburgerd in stedelijke gebieden.

Zwarte nachtschade

Wallonië: Zwarte nachtschade: Algemeen, maar vrij zeldzaam ten zuiden van de lijn Samber en Maas.
Beklierde nachtschade: Waarschijnlijk niet in Wallonië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 1, Dirk Leonard Oskamp (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 1, Dirk Leonard Oskamp (1796)


Cruijdeboek, deel 3, Rembert Dodoens. Wortelen, medecynale cruyden, ende quaden hinderlijcke ghewassen (1554)


Cruijdeboek, deel 3, Rembert Dodoens. Wortelen, medecynale cruyden, ende quaden hinderlijcke ghewassen (1554)


Deutschlands flora, deel 1, J. Sturm, J.W. Sturm (1796-1798)


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1905)


Bilder ur Nordens Flora, deel 1, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Svensk botanik, deel 1, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Unsere Unkräuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)


Flore médicale, deel 5, F.P. Chaumeton (1831)


A curious herbal, deel 1, E. Blackwell (1737)


Medical Botany, deel 3, W. Woodville, W.J. Hooker, G. Spratt (1832)


British entomology, deel 3, J. Curtis (1823-1840)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 6, J.E. Sowerby (1866)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 6, J.E. Sowerby (1866)


Flora Londinensis, deel 2, William Curtis (1777-1778)


Flora regni borussici, deel 2, A.G. Dietrich (1834)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Flora Parisiensis, deel 5, P. Bulliard (1776-1781)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Icones plantarum rariorum, deel 2, N.J. von Jacquin (1781-1786)


Sämmtliche Giftgewächse Deutschlands, E. Winkler (1853)

 

 

© 2001-2018 K.M. Dijkstra