Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Zwarte lathyrus - Lathyrus niger

Frysk:

English: Black Pea

FranÁais: Gesse noire

Deutsch: Schwarzwerdende Platterbse

Synoniemen:

Familie: Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Lathyrus komt van het Griekse Lathyros: een erwtensoort die vroeger door arme mensen werd gegeten. Lathyrus is een samenstelling van la (zeer) en thuros (afvoerend, prikkelend, heftig en onstuimig), omdat twee Zuid-Europese lathyrussoorten als geslachtsdrift opwekkend bekend stonden. Niger betekent zwart.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni en juli.

Afmeting: 30-80 cm.


Daderot -
CC0


Fornax - Public Domain


© Joke Schaminťe-Sluis - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0

Wortels: Een houtige wortelstok zonder knollen.


europeana.eu - CC0


europeana.eu - CC0


europeana.eu - CC0


europeana.eu - CC0

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn sterk vertakt, niet gevleugeld, vrijwel kaal en worden bij verdroging zwart.


Rasbak - Public Domain


© Joke Schaminťe-Sluis - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De bladeren zijn geveerd met vier tot zes paar elliptischetot langwerpige, 1-4 cm lange, stompe deelblaadjes met een stekelpuntige top.


HermannSchachner -
CC0


Krzysztof Ziarnek -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Een langgesteelde bloeiwijze met drie tot tien bloemen, die 1-1Ĺ cm groot worden. Ze zijn paarsblauw, maar later worden ze blauw. De kelk is 3Ĺ-4Ĺ mm. De kelktanden zijn minder dan half zo lang als de kelkbuis.


HermannSchachner -
CC0


HermannSchachner -
CC0


I, Epibase -
CC BY 2.5


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. De 3,5-6 cm lange peul bevat zes tot tien (soms tot veertien) zaden. Tweezaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Stefan Lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Vrij zonnige tot licht beschaduwde, warme plaatsen op min of meer vochtige, matig voedselrijke, kalkrijke grond.

Groeiplaatsen: Bossen (kalkrijke, lichte hellingbossen), bosranden, struwelen en rotsachtige plaatsen.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-AziŽ, Noord-Afrika en Zuid- en Midden-Europa. Noordwestelijk tot Nederland en BelgiŽ en noordelijk tot in Midden-ScandinaviŽ. Uitgestorven in Groot-BrittanniŽ (Schotland).

\

Nederland: Verdwenen. Vroeger bij Nijmegen en op de Sint Pietersberg bij Maastricht. Voor het laatst gevonden in 1951.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam ingeburgerd.
alloniŽ:
Zeer zeldzaam ingeburgerd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora regni borussici, deel 9, A.G. Dietrich (1841)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 3, J.E. Sowerby (1864)


Curtis's Botanical Magazine, deel 48 (1821)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL