Wilde planten in Nederland en België

Zwarte zegge - Carex nigra

Frysk: Trijekantgers

English: Common Sedge

Français: Laîche noire

Deutsch: Braune Segge

Synoniemen: Carex vulgaris, Gewone zegge

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Nigra betekent zwart.

Ondersoorten: Er worden verschillende ondersoorten onderscheiden, o.a. Carex nigra subsp. juncella en Carex nigra subsp. nigra.

Kruisingen: Zwarte zegge kan een bastaard vormen met Drienervige zegge (Carex x timmiana), met Stijve zegge (Carex x turfosa) en met Scherpe zegge (Carex x xelytroides).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Helofyt of hemikryptofyt.

Hoofdbloei: April t/m juni.

Afmeting: 5-70 cm.


A.Poirel -
CC BY-SA 2.0 FR


Daderot - Public Domain


Chmee2 -
CC BY 3.0


A.Poirel -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Soms kruipende, meestal vrij lange, maar soms korte wortelstokken met uitlopers.


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


herbariaunited.org

Stengels: Planten met korte wortelstokken kunnen dichte pollen vormen. De meestal vrij stijve, kale, dunne, scherp driekantige, meestal ruwe stengels zijn vaak iets gekromd. Aleen bovenaan zijn ze ruw.


Matti Virtala -
CC0


Chmee2 -
CC BY 3.0


Chmee2 -
CC BY 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De vaak grijsgroene bladen staan gewoonlijk opgericht en zijn 1-3(-5) mm breed. Bij verdroging rollen de randen naar boven om. De huidmondejes vind je alleen aan de bovenkant. De bladtop is minder hoog dan de bloeiwijze. De onderste bladscheden zijn bruin of soms roodbruin. Ze rafelen niet of maar weinig.


Rigel7 -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. Het onderste schutblad is bladachtig, meestal korter, maar kan ook langer zijn dan de bloeiwijze, heeft geen schede en het omvat met twee zwartachtige oortjes de stengel. De bloeiwijze is meestal niet onderbroken. De bloeiwijze bestaat uit een mannelijke topaar, soms met een veel kleinere tweede mannelijke of gemengde aar, en één tot vier rechtopstaande vrouwelijke aren met een lengte van 1-3 cm. Bloemen met twee stempels. De onderste vrouwelijke aar heeft een korte, maar soms wat langere steel. De andere zijn zittend. Meestal zijn de aren niet meer dan 3 cm lang en niet knotsvormig. De kafjes zijn langwerpig-eirond, stomp, donkerbruin tot zwart met een groene middenstreep. Ze zijn langer dan de urntjes. De mannelijke aartjes zijn smaller cilindrisch. De kafjes zijn donkerpurper met een lichtere middenstreep.


Thommybe -
CC BY-SA 3.0


James Lindsey -
CC BY-SA 3.0


Przykuta -
CC BY-SA 3.0


James Lindsey -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De urntjes zijn 2-3,5 mm lang Ze zijn groen en aan de top iets bruin tot zwart aangelopen. Verder zijn ze afgeplat, eirond, zwak generfd en hebben ze een zeer korte snavel. Vaak zijn ze in zes duidelijke rijen geplaatst. De vrucht is ovaal, samengedrukt en donkerbruin.


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Marie Portas  - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot natte, soms droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, zure tot zwak zure grond (zand, leem, zavel, veen, komklei en kattenklei).

Groeiplaatsen: Heide (langs vennen, natte laagten, greppels, langs paden, maar ook wel op hooggelegen, vrij droge heide), moerassen (veenmoerassen, brakwaterveen, oud trilveen, rietland, turfgaten met enige invloed van voedselrijk water, verlandende sloten en veenmosrietland), waterkanten (slootkanten), zeeduinen (duinvalleien), bossen (moerasbossen), kapvlakten, grasland (moerassige weiden, blauwgrasland en schraal hooiland buiten overstromingsbereik van beekwater), soms vrij droge bermen en hellingen.

Verspreiding

Wereld: Oostelijk Noord-Amerika, West-Azië, Noordwest-Afrika en in Europa, behalve in de meest zuidelijke delen.

Nederland: Algemeen, maar zeldzaam in zeekleigebieden.

Vlaanderen: Algemeen. Het meest in de Kempen.
Wallonië:
Vrij algemeen. Het meest in de Ardennen en Lotharingen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 12, Jan Kops, P. M. E. Gevers Deijnoot en F. A. Hartsen (1865)


Carex goodenoughii
Deutschlands Flora in Abbildungen nach der Natur, Zweite auflage, Jacob Sturm, Johann Georg Sturmund K.G. Lutz, deel 2 (1900)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Carex goodenowii
Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL