Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Zwart peperboompje - Daphne laureola

Frysk:

English: Spurge-laurel

FranÁais: Laurier des bois

Deutsch: Lorbeer-Seidelbast

Synoniemen:

Familie: Thymelaeaceae (Peperboompjesfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Daphne was oorspronkelijk de Griekse naam van wat nu Laurier heet, Laurus nobilis, een geheel andere plant. De plant werd genoemd naar de nimf Daphne, de dochter van de riviergod Peneus die in een struik werd veranderd om aan Apollo te kunnen ontkomen en is daarom een teken van kuisheid. Daphne betekent glanzen of fakkel, naar de glanzende bladeren. Laureola betekent laurierachtig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik.

Winterknoppen: Chamaefyt of fanerofyt.

Bloeimaanden: Januari, februari, maart en april.

Afmeting: 30 tot 150 cm.


Baudewijn Odť -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Julien Barataud - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Thesupermat -
CC BY-SA 3.0

Takken: De takken staan half rechtop, maar in de bergen vaak met uitgespreide tot bijna liggende takken. Jonge scheuten zijn groenig en kaal.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


peganum -
CC BY-SA 2.0


Olivier Pichard -
CC BY-SA 3.0


peganum -
CC BY-SA 2.0

Bladeren: De verspreidstaande, wintergroene bladeren zijn langwerpig en 5-12 cm. Ze zijn boven het midden het breedst, leerachtig en glanzend donkergroen.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


peganum -
CC BY-SA 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De half-knikkende, geelgroene bloemen zijn 0,8-1,2 cm in doorsnee. Ze groeien met vijf tot tien bij elkaar in korte zijdelingse trossen in de bladoksels. Ze ruiken naar honing.


Ans Gorter - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Julien Barataud - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


peganum -
CC BY-SA 2.0


Isidre blanc -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een steenvrucht. De eivormige, zwarte bessen zijn 0,5-1 cm. Tweezaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Daniel Mathieu - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde plaatsen op droge, voedselrijke, kalkhoudende grond.

Groeiplaatsen: Bossen, struwelen, kapvlakten, heggen en stenige plaatsen.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-AziŽ, Noord-Afrika, op de Azoren en in Zuid- en Zuidwest-Europa. Noordelijk tot in BelgiŽ en Groot-BrittanniŽ. Ingeburgerd in Denemarken.

Nederland: Zeer zeldzaam. Niet ingeburgerd.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Niet ingeburgerd.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam in het Maasgebied.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 5, Johann Carl Krauss (1800)


Kršuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL